HomeStemmen over staatkundige en maatschappelijke vraagstukkenPagina 54

JPEG (Deze pagina), 860.49 KB

TIFF (Deze pagina), 7.59 MB

PDF (Volledig document), 76.71 MB

A _ _ M Y .. . .1. T.<,>.,.1.`L_;_".r” p `?·H14`x
ë
48 ONZE KOFFIE·GULTUUR·POLITIEK or JAVA,
ë
` VI. Zitting der 'l‘weede Kamer van de Staten­Generaal van 7
November 1873. Aan de orde de Indische begroeting voor 1874.
Spreker de minister Fransen van de Putte. Zitting 1873/74.
Handelingen, deel 11, p. 195.
,,Een derde denkbeeld: staat de koffietuinen af aan particulieren.
Om dit te kunnen doen moet men in de eerste plaats het recht heb-
ben. Men heeft herinnerd aan de cultuurwet. Ik denk over dat recht
van beschikking over den grond nu nog even als in 1862 en 1863. i
Toen in 1862 of 1863 voor de eerste maal bij mij kwam de ontwer-
per van hetgeen men later heeft genoemd de `West-Java-koffie-cnlti1ur­ g
maatschap, heb ik onmiddellijk gezegd dat er twee bezwaren beston-
den tegen het denkbeeld der maatschappij. Vooreerst, wij hebben het
recht niet de gronden af te staan, en ten tweede, wanneer wij het
recht hadden, wij zouden zulk een concessie niet mogen doen; het l
gouvernement mag op die wijze zijn eigendom niet verkoopen; het zou
den grond dan bij kavelingen moeten veilen.
,,Bij de behandeling van de cultuurwet werd mij de mogelijkheid
onder het oog gebracht den knoop niet door te hakken. Men raadde jl
mij alleen te zeggen: ,,Aan den Staat behooren insgelijks de op hoog
·. gezag aangelegde kof'üe­tuinen." Maar ik heb er bijgevoegd (art. 7): ~.«
nonverminderd de rechten door gebruik of verordening aan de bevol-
, king verzekerd" enz. I
,,lk wil niet behandelen het juridische punt van den eigendom.
Laat men aannemen dat het gouvernement heeft den eigendom of ,
oppereigendom van den grond, maar zeker is het dat geen gouver­ L
nement aan de bevolking het recht op de vrucht van den boom zal
durven ontnemen," enz. 4
Het zal den lezer niet ontgaan dat de Minister van en "
Purrn in die gedenkwaardige zitting der Tweede Kamer van
j 7 Novemb. 1873 tot de Vertegenwoordiging sprak alsof het
r' Koninklijk Besluit van 20 Juli 1870 en de circulaire van 17 Sep-
tember 1872 (sub IV en V hierboven afgedrukt) niet bestonden.
Overigens is hetgeen de Minister aan de Kamer mededeelde
j correct. q
Werkelijk heeft hij den ontwerper van hetgeen men later
heeft genoemd de West-Java koftie­ci1ltuur­n1aatschap, geant-
‘ woord (in 1864): /«Nederland heeft het recht niet de koffie-
{ gronden af te staan." A
l
X ï
LW.