HomeStemmen over staatkundige en maatschappelijke vraagstukkenPagina 22

JPEG (Deze pagina), 889.01 KB

TIFF (Deze pagina), 7.74 MB

PDF (Volledig document), 76.71 MB

/


_ 16 rnocnssrën. Q
l · i
iji De Minister beroept zich hier uitsluitend op het Kon. Besl. ­
van 23 April 1822. Doch dat besluit heeft geene betrekking
b. v. op Limburg. Toch gelooven wü, dat ook voor die pro- ,,
vincie geene bevoegdheid bestaat om meerdere processiën te ~
A houden, dan die in 1848 in gebruik waren. De circulaire van den
Direkteur­Gcneraal voor de zaken van de Roomsch Ratholieke _
Eeredienst van 29 Juni 1819 was een uitvloeisel van ’s Konings A
l' bevoegdheid om politie-maatregelen te nemen over kerkelijke Q
zaken, en aan die circulaire is men gehoorzaam geweest, en
j · het gebruik heeft zich dus bepaald tot de daarin genoemde,
Q zoodat men thans onmogelük met het 2G lid van art. 167 der
~ Grondwet in de hand, dat handhaving beoogt van het bestaande, or"?
zich op een ander, tot een meer uitgestrekt gebruik kan
beroepen. g
gj, En wat nu verder de Noordelijke provinciën l) betreft, al
Y heeft men misschien hier of daar na de uitvaardiging van het
.· Kon. Besl. van 23 April 1822 gepoogd eene onwettige processie
‘ te houden, en al was wellicht deze, vooral in de dagen van
spanning tijdens de Belgische revolutie oogluikend geduld, toch c~£~"
_ konden zij niet als geoorloofd worden beschouwd. In dien geest
i drukte ook de toenmalige Procureur-Generaai bij het Provinc.
A E Gerechtshof van Noord-Brabant zich uit, bij züne aanmerkin-
V gen op de lijst van de wettige en onwettige processiën 2): adaar bg
L 1 het Koninkl. Besluit van 1822, waaraan, als zijnde een maatregel
i van inwendig bestuur (sic ?) of althans een reglement,vcrbin­
dende kracht moet worden toegeschreven,alle proeessiën worden `
Q verboden, welke op dat tüdstip niet bestonden, acht men zich
i gerechtigd te beweren, dat aan die processiën, welke na gezegd `
U Koninkl. Besl. zijn in werking gekomen, zich op geen wettig ·
gebruik kunnen beroepen, en tüdens de afkondiging der Grond-
’ wet 1848 niet naar de wetten en reglementen waren toege-
, laten/’
5-. I
j 1) Noordelijk nl. in vergelijking met België.
I 2) Zie liicrondcr bl. 35 volg.
ri ‘l
[‘ , .
M`.
"i`;;' p ` ‘ V " » · ~ · ·- U . L., · .... ..1. `*· L,e,:%