HomeStemmen over staatkundige en maatschappelijke vraagstukkenPagina 16

JPEG (Deze pagina), 933.10 KB

TIFF (Deze pagina), 7.71 MB

PDF (Volledig document), 76.71 MB

4 . ,.,« Y-._.,.t, ; _L_:_@h_ __ V
jï 10 Pnoenssiën.
·· voor de noordelijke Provinciën (d. i. voor de niet­Belgisel1e
Provinciën) gold het Kon. Besluit van 23 April 1822, voor
de zuidelüke en voor Limburg de administratieve regelingen
” van 1819, waarbü ook de hooge geestelijkheid zich zonder
[ ‘`.i‘' verzet heeft nedergelegd.

· Zoo stonden de zaken, toen de gewijzigde Grondwet 1848
‘ het licht zag. Het ontwerp der commissie van Grondwetsher­
ziening van 17 Maart 1848 had in art. 159 met gewijzigde
, redactie hetzelfde gezegd als in art. 191 der vorige Grondwet. Het
ïiïï « A regeeringsvoorstel echter gewaagde ook van openbare godsdienst
_ buiten gebouwen en besloten plaatsen. Art. 167 luidt dien ten ·
W gevolge. _
1 " ”Alle openbare godsdienstoefeningen binnen gebouwen en be-
_ ,» sloten plaatsen wordt toegelaten, behoudens de noodige maat-
` regelen ter verzekering der openb. orde en rust.
f nOnder dezelfde bepaling blijft de openb. godsdienstoefening
_ buiten de gebouwen en besloten plaatsen geoorloofd, waar zij
_' thans naar de wetten en reglementen is toegelaten". r,-
‘ De Mem. van Toel. zegt er van: »/in den regel is nu alle
openb. godsdienstoefenlng alleen toegelaten binnen gebouwen
en beslotene plaatsen, terwijl alleen daar, waar zulks thans
· naar de wetten en reglementen in gebruik is, de godsdienst-
oefening ook buiten de gebouwen geoorloofd is, opdat aan geene
ver/sregene rechten, met voorzichtigheid en beleid toegestaan, _
» 1 zoude worden te kort gedaan". -=` s'
Het is niet te ontkennen, dat, evenals op meerdere plaatsen
in de Grondwet, de redactie van het 2e lid van art. 167 -
. want daarmee hebben wij thans alleen te doen ­- te wensehen
overlaat. Men had wellicht beter gedaan, de bevoegdheid tot
het houden van openb. godsdienstoefeningen buiten gebouwen
en beslotene plaatsen aan eene regeling hij bijzondere wet
over te laten, in plaats van die afhankelijk te maken van Wetten
en reglementen. Doch met dat al, waren zin en beteekenis van
het 2@ lid van art. 167 voor niemand duister; men doelde -
gi , dat begreep iedereen - meer uitsluitend op proeessiën. Dit blijkt
o. a. uit het Voorl. Versl. waarin sommige leden hun gevoelen
li `
ti
t