HomeEen ernstig woord in een ernstig oogenblik aan de vertegenwoordiging en het Nederlandsche volkPagina 7

JPEG (Deze pagina), 631.65 KB

TIFF (Deze pagina), 6.05 MB

PDF (Volledig document), 14.87 MB

l
ll Mei jl. (bladz. 68a) dat zijne redevoering, bekend onder den
naam van programma van 23 April, uitgesproken was met voor-
kennis en onder goedkeuring van den heer LoUDoN,Minister van
Koloniën. Later heeft de heer LoUDoN , op eene opvallende wijze., _
‘ vooral in de zitting der Eerste Kamer van 30 Mei jl., getracht
zich van dat programma los te maken: door dat programma, den
ii hoofdgrondslag voor het bestaan van het tegenwoordig Ministerie,
op den achtergrond te schuiven en steeds meer en meer te ver-
wijzen naar en steun te zoeken in de door hem gewisselde stukken
en in de door hem in de Tweede Kamer gevoerde discussiën.
j Het is voor den gang van ons betoog noodig, om in de eerste
plaats deze onze stelling te bewijzen.
j Wij herinneren daartoe vooraf hetgeen in dat programma van
23 April voorkomt omtrent het koloniale stelsel, door de tegen-
woordige Regering aangenomen.
~Bedriegen wij ons niet, -­ aldus werd verklaard-- dan is
V de groote meerderheid der Kamer , en , wij voegen er bij , de
T groote meerderheid der Natie op koloniaal terrein behoudend.
Niet in dien bekrompen zin, dat alles wat bestaat onaange-
roerd moet blijven; maar wij noemen de Kamer en de Natie
i behoudend, wanneer het de instandhouding geldt van een
lr stelsel, dat de heerschappij van het Moederland schraagt en
daardoor ook de rust en veiligheid in Indië waarborgt;
t een stelsel, dat bovendien aan het Moederland groote
directe en indirecte voordeelen oplevert, terwijl het in
I Indië aan den arbeid, die eerste en voorname bron
i van alle welvaart, een krachtige impulsie heeft gegeven.
««Wij vragen dus niet: welke zijn de redenen die geleid
hebben tot de verwerping van het Xlde hoofdstuk der
Staatsbegrooting? Dat onderzoek zou ons te ver leiden.
Maar wij vragen: heeft de Kamer door die verwerping
den wenseh willen uitdrukken, dat ten aanzien der Over-
zeesehe Bezitiingcn gclieel andere beginselen worden aan,