HomeEen ernstig woord in een ernstig oogenblik aan de vertegenwoordiging en het Nederlandsche volkPagina 13

JPEG (Deze pagina), 659.79 KB

TIFF (Deze pagina), 5.96 MB

PDF (Volledig document), 14.87 MB

. .....,,.;,,, ,==F...-`.-...,.,..;?:;_ _ . ___;g__;_ _:__ r.;-,; ­;,­­x.ä­=- - -.:u·.- -· rr ­·:­­~ ­.»· V » · ` i
1 [
van het geven van regáen aan de dra/tpcrs in Indië, lijnregt strijdig
met de zoo even opgenoemde -- zou toepassen? Hoe het moge-
lijk is: dat de heer VAN HoëvELL in de zitting der Tweede Ka-
mer van 14, Mei jl. (bladz. 711) in den heer LOUDON den Minis-
ter heeft kunnen zien, die doen zou, wat hij, VAN HoëvELL,
sedert 10 jaren had gevraagd?
’ Wij kunnen dit zonderlinge en onrustbarende verschijnsel slechts
daaruit verklaren, dat de Minister van Koloniën, ofschoon de
goede beginselen voorop zettende, bij de ontwikkeling van de
wijze, waarop hij die beginselen zou wenschen toe te passen,
vervallen is in groote ineonsequentiön en in groote tegenstrijdig-
heden, ivaaruit der oppositie spoedig bleek, dat in de praktijk de
doo1· den Minister verkondigde beginselen gelijk staan niet de tegen-
overgestelde beginselen van de oppositie. De uit/camsó zou dus
worden geheel in harmonie met de inzigten en bedoelingen der
koloniale oppositie, en dat geeft de oplossing van het raadscl,dat
de oppositie een Minister steunt, wiens hoofdbeginselen, wanneer
ze consequent werden toegepast, vlak tegen over de beginselen
staan van de Staatspartij die hem steunt.
Dit geschrift is niet bestemd om de juistheid van deze onze
stelling ten aanzien van alle hoofdbeginselen in alle bijzonder-
, heden toe te lichten. 1/Vij zullen ons enkel bepalen tot hetgeen
met de instandhouding van het cultuurstelsel in betrekking staat;
ook omdat die instandhouding in het naauivste verband staat tot
de welvaart van het Vaderland.
Dit is te meer noodig, omdat de afbreking van dat stelsel het
gevolg kan worden van administratieve maatregelen, liggende geheel
binnen den kring van de bevoegdheid des Ministers van Kolo-
niën, zonder dat hij noodig hebbe den Raad van Ministers daar-
over te hooren of de goedkeuring zijner ambtgenooten te vragen.
In die vrijheid van handelen ligt het groote gevaar; want indien
men nagaat kee de Minister van Koloniën het cultuurstelsel zegt
te willen handhaven, dan komt men noodwendig tot de slotsom,