HomeArtikel 56 van het regerings-reglement, beschouwd en toegelichtPagina 7

JPEG (Deze pagina), 651.65 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 20.76 MB

l a
gemaakt, om, naar aanleiding van het voorloopig verslag der
Kamer, eenige wijzigingen in het oorspronkelijk wets­ontwerp
te brengen. Zij erkende, dat ook in dit nieuwe wets­ontwerp
; bepalingen omtrent het cultuursteisel gemist worden, omdat
het moeijelijk was eene zaak bij een wettelijk voorschrift te
j regelen, die zelve op het ongeschreven regt of den adat (in-
T landsch gewoonteregt) berustte.
j Om echter, zooveel doenlgï/t , aan het geopenbaarde verlangen
j te voldoen, had zij toch een artikel opgesteld, waarvan zij
zelve nog ten overvloede erkende: « het regelt niets en bepaalt
l"` zeer weinig. »
Behalve dat deze naive zellïbekentenis der Regering ter-
i stond door hare tegenstanders als wapen tegen haar gerigt
t werd, heeft de Regering door deze daad van laakbare zwak·
l heid zich zelve een openbaar dementi gegeven. Indien het hare
overtuiging was, dat het cultuurstelsel voor geen wettelijke
regeling vatbaar was, -­- hetgeen intusschen onze meening
niet is, -­- dan had zij zich zelve gelijk moeten blüven, vooral
W waar het de vaststelling van een der gewigtigste regeringsbegin­
selen gold. _
l Ondertusschen teekenen wij hier nog ter loops aan, dat dit
a zoo veel doenlijk» een stereotype uitdrukking van den kanse-
l larij­stijl des heeren PAHUD schijnt geweest te zijn, althans wij
vinden deze woordjes, tot tweemalen tee, in het tegenwoordig
art. 56 terug, waar zij intusschen geenszins strekken om
den zin te verduidelijken.
Op de haar gedane en hierboven vermelde vraag, gaf zij
het volgende antwoord: « In het cultuurstelsel, gelijk het
, thans bestaat, ligt geene noemenswaardige loenetlerlng tot het
stelsel van vrijen arbeid. Het kan echter beschouwd worden
j als eene opleiding tot vrijen arbeid, omdat het lediggang be-
dwingt doer aan een groot gedeelte der bevolking eene be~