HomeArtikel 56 van het regerings-reglement, beschouwd en toegelichtPagina 31

JPEG (Deze pagina), 580.09 KB

TIFF (Deze pagina), 6.32 MB

PDF (Volledig document), 20.76 MB

:59
”` ren uit art. 56 zullen zijn beslecht, dan eerst zal bewezen
g zijn dat het aan zijne bestemming beantwoordt.
j «Al die kwestiën moeten worden uitgemaakt, alvorens de
1 heersehende stelselloosheid met hare gevolgen zal kunnen ver-
dwünen.
« Zal de Minister van Koloniën in staat zijn zulk eene be-
vredigende oplossing daarvan te geven, dat de volksvertegen- A
gl woordiging daaraan hare goedkeuring hecht, dat de ervaring
de mogelijkheid harer toepassing in Indië bewijst?
» Of zal de begánselloos/zeid niet eerder wgïkerz, de Minis-
j ter niet eerder op ztïnen stoel zgjn bevestigd ALVORENS ART. 56
l van het Re_qerirzgs­regZement op bevredigende wgïze is HEHZIENY
« Wij gelooven het laatste. »
G.
l

Wij hebben hierboven reeds de uitspraak van den heer
DUYMAEB vAiv Twrsr medegedeeld, zie hier hoe de heer van
jl H0ëVELL zich over dit artikel uitlaat:
«Eindelijk, Mijnheer de Voorzitter, nog een enkel woord
over art. 56 van het Regerings­reglement.
«lk heb hier tot dusverre niet vele voorstanders van dit
3 artikel ontmoet. De geachte spreker uit Amsterdam heeft het l
niet in zijne bescherming genomen.
« De Minister van Koloniën heeft, tot mijne verwondering,
gezegd: « Ik verdedig het ook niet. » Ik, wat mij betreft,
beboet het in het geheel niet te verdedigen, want het is tegen
mijn wil in het reglement gekomen. Ik heb bij gelegenheid
1 van de beraadslaging over dit artikel wel verklaard, dat ik er
mij over verheugde, daar oorspronkelük over liet eultuurstelsel
i in ’t geheel niet werd gesproken, dat men een artikel in het
reglement opnam, waarin mi_jn beginsel, dat namelijk het en/··