HomeArtikel 56 van het regerings-reglement, beschouwd en toegelichtPagina 29

JPEG (Deze pagina), 599.11 KB

TIFF (Deze pagina), 6.32 MB

PDF (Volledig document), 20.76 MB

i
i
r 27 .
G wordt steeds dringonder gevoeld. De dubbelzinnighoid en on-
P duidelükheid van art. 56 -- het gevolg van het evon ver-
klaarbaar als hopeloos streven om twee strijdige rigtingen te
gj vereenigen - heeft eene door allen evenzeer betreurde stel-
selloosheid van bestuur in het leven geroepen, die de verbit-
tering der partijen vermoerdert, de willekeur den vrijen teugel
laat, overal wanorde in de Indische maatschappij brengt, de
inlandsche bevolking zoowel als ambtenaren en industriëlen ten
ij prooi geeft aan de wispelturigheid, en ministerien het een na
j het ander doet vallen.
«En thans nu een Minister van Koloniën is opgetreden,
die door zijne onafhankelijkheid zich van do algemeene ach-
Qi ting heeft weten meester te maken en door zgne vrijzinnige
j woorden de partij van vooruitgang voor zich gewonnen, zou hg)
nu kunnen vermijden over den steen des aanstoots te vallen?
« Het is verklaarbaar dat wij aarzelen die vraag bevesti~
goud te beantwoorden.
« Art. 56 , walks tenuitvoerlegging van hom verlangd wordt
en hij zich ten hoofdtaak heeft gesteld, zal denkelijk niet
lcmmen worden ten uitvoer gelegd, omdat het duister en
tegenstrijdig van zin is,
« Waneer zal opgelost zijn hoe het streven naar instand­ ,
houding en dat naar de eindelijko oplossing van het cul-
’j tuurstelsel ~­­­ beide door art. 56 gewild -­- zijn te ver­·
j eenigen,
« wanneer de uitdrukking azoo veel doonlijk» zal zijn too-
gelicht,
« wanneer zal verklaard wezen hoe aan de twee voorge-
sehrevon veroisehten dor betaling: vermg'dáng van se/zndelplte
ogodryvizzg en eerscizaf/ing van ten minste gelyke eoordeelen
als de orgie teeiá, elk op zich zelf en in betrekking tot elkan­
der kan worden lionntwoord.