HomeArtikel 56 van het regerings-reglement, beschouwd en toegelichtPagina 27

JPEG (Deze pagina), 611.65 KB

TIFF (Deze pagina), 6.31 MB

PDF (Volledig document), 20.76 MB

ï’
[
s. Et;
thans geen termijn bepaald. De termijn van het eerste lid is
jj ingegaan en moet alsnog voortduren; de in werking treding
van het laatste lid is aan geen termijn bepaald. Ik meen dat
dit de termijn zal moeten wezen, dat dit stelsel, waarbij de
li tusschenkomst des Bestuurs zal kunnen worden ontbeerd, niet
zal worden ingevoerd vóór dat het Bestuur zelf het batig slot
zal kunnen ontberen.»
’€ l Dus handhaving van het cultuurstelsel tot een onbepaalde
toekomst, omdat de vervulling der omstandigheden, die de
oplossing van het cultuurstelsel ten gevolge zullen hebben,
` namelijk geen geldelijke behoefte van het moederland en de
meerdere ontwikkeling van den Javaan, alleen een vraagstuk
` van tijd zijn, dat niemand vooraf bepalen kan.
De opvatting van den heer Loenen komt woordelijk met
ï die van den heer Puusz overeen, welke wij boven hebben
’ uiteengezet, zoodat het den sehijn heeft, alsof de brochure van
den heer Rrnsz een senii­ol`ücieel karakter draagt, en wij
j gemakshalve daarheen kunnen verwüzen. Maar behalve dat de
heer Lounon een droombeeld najaagt, wanneer hij het eultuur­·
stelsel wil oplossen, maar de batige saldo’s wil behouden,
· «-­­ die als oorzaak en gevolg te zamen hangen ­- schijnt
t die heer omtrent dit artikel geen bepaalde zienswijze te
l hebben, want nu eens beweert hij, zooals in de Tweede
ll Kamer, dat de oplossing van het eultuurstelsel eene her-
ï ziening van dit artikel zoude eischen, terwül hij in de Eer-
4 ste Kamer verklaart, dat de instandhouding van het cultuur-
stelsel gecondemneerd is door de wet.
De slotsom echter van alle deze beschouwingen is: 1¤.dat
art. 56 duister en tegenstrijdig is;
20. dat het noodig is, dat omtrent het cultuurstelsel geen
de minste onzekerheid besta;
3‘>. dateene wijziging van dit:n‘til<<~l dringend gevorderd wordt