HomeBedenkingen tegen de mededeeling van den Minister van Koloniën aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, omtrent den verkoop van Pagina 64

JPEG (Deze pagina), 860.21 KB

TIFF (Deze pagina), 6.86 MB

PDF (Volledig document), 50.79 MB

jl
li
jl 58
e
aan gouvernementsánstellingen, zonder voedsel, zonder loon,
., werken, op bevel van de regering, met verwaarloozing van
j" hunne eigen belangen en op verren afstand van vrouw en
kinderen. Als die zoo lang systematisch in onwetendheid
gehouden Javanen eindelijk uit den slaap ontwaken en tot
K l zelfbewustzijn geraken , zullen ze misschien , ,,het geweld der
blanken moede , allen tot den laatsten vermoorden!"
_ . Ofschoon de peroratie van den minister niet verder behoeft te
;‘ worden wederlegd, dewijl al wat er in voorkomt, hoofdzakelijk
een resumé is van het reeds behandelde, of gevolgtrekkingen
lg zijn daaruit afgeleid, wil ik toch nog op sommige volzinnen
i eene enkele aanmerking maken. - De vooronderstelling van
j den minister, dat ,,vreemdelingen op den duur , zonder in-
_; breuk op het eigendomsregt te maken, moeijelijk zullen
l kunnen worden uitgesloten ," komt mij zeer ongegrond voor.
` Hoe kan het toch inbreuk maken op het eigendomsregt,
j . wanneer landen verkocht worden, onder uitdrukkelijke voor-
waarde, dat ze altoos en ten eeuwigen dage Nederlanders
i tot eigenaars behooren te hebben? - Dat ambtenaren, vooral
l hooggeplaatste , mede-eigenaren van landen trachten te wor-
‘ den, kan het gouvernement verhinderen, indien dit eenen ver-
j derfelijken invloed op de kontrole en het toezigt mogt hebben,
l door eenvoudig te bepalen , dat ambtenaren geen mede­eigena­
» ren van landen kunnen wezen , even als het nu ook verbiedt,
¥‘ dat ambtenaren aandeel hebben in handelszaken, speculatiën,
j ondernemingen enz. - Dat tegenwoordig sommige landheeren
i_ J ava verlaten , is niet toe te schrijven aan de voorkeur, die zij
geven aan het barre noorden boven het schoone oosten, zoo K
als de minister beweert, maar waarschijnlijk daaraan, dat zij
het in zulk eene geestelooze maatschappij, als die van
l Indië, als een gevolg van het daar heersohende rege-
' ringsstelsel, noodwendig wezen moet, op den duur niet
i aangenaam vinden. -­- Dat ,, de landen daarna zullen verkocht
of verhuurd worden aan de meestbiedende personen, die,
` om nog eenig voordeel te behalen, de bevolking zullen moe-
I ten knevelen," is eene zinsnede, die zeer onduidelijk is
gesteld, en waarvoor de minister het bewijs is schuldig ge-
bleven. ll/`anneer de landerijen voor geene verdere ontwik-
keling vatbaar zijn , zullen ze een’ vasten prijs verkrijgen,