HomeBedenkingen tegen de mededeeling van den Minister van Koloniën aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, omtrent den verkoop van Pagina 63

JPEG (Deze pagina), 760.26 KB

TIFF (Deze pagina), 6.83 MB

PDF (Volledig document), 50.79 MB

57
ondernemingen op de bezittingen buiten Java, en waaromtrent de
Regering dan ook reeds met het Indisch bestuur in gedachtenwisse­
ling is getreden , dan zou zulks welligt na rijp beraad en onderzoek .
voor verwezentlijking vatbaar zijn. Voor het tegenwoordige is echter
ten deze in geen geval op eenige directe bijdrage van wege de
Overzeesche Bezittingen ten behoeve der geldmiddelen van het moe-
derland te rekenen.
De minister eindigt, zeer welsprekend, met eene peroratie
die de gevolgen van eenen verkoop van landerijen op Java,
zoo als hij zich die voorstelt, op eene indrukwekkende wijze
afsohildert. Inderdaad, indien ik niet innig overtuigd was
van de juistheid mijner beschouwingen ten opzigte van het
partikuliere landbezit, of indien de nu overwogen argumen-
ten, door den minister daartegen aangevoerd, mijne
overtuiging maar in ’t minst aan het wankelen had gebragt,
dan zou ik de zaak opgeven, alleen door de voorstelling der
mogelijkheid, dat, door den verkoop van landen, ,, de
l0,000,000 Javanen eindelijk, het geweld der blanken, ·
welke niet zelden zullen bestaan uit personen, ruw en op-
vliegend, vreemd aan taal, gewoonte en karakter derzelven ,
moede, hen allen tot op den laatsten toe zullen vermoorden
en vernietigen." Huiveringwekkend denkbeeld voorzeker!
Ik voorzie die droeve toekomst ook, - maar niet als een
gevolg van het verkoopen van landen. Ik voorzie ze, als
eene natuurlijke en onvermijdelijke noodzakelijkheid, indien
de regering voortgaat met de Javanen te besturen als ma-
_ chines, als middelen om zich te verrijken , als lastdieren ,
9 en niet als menschen, redelijke, voor ontwikkeling vatbare,
en tot ontwikkeling eenmaal zeker gerakende menschen;
indien de regering voortgaat met een stelsel in Indië, dat
niet zijne kracht zoekt in de vorming en opvoeding der be-
volking, maar daarin zijnen ondergang tegemoet ziet en
vreest. Ik voorzie die toekomst, indien de Javanen over-
gegeven blijven aan de willekeur en de knevelarij van hunne
eigen hoofden en vooral van inhalige en onbarmhartige
Chinezen, die de opbrengst hunner afpersingen met het gon-
vernement deelen; indien ze nog langer werken moeten ik
zonder de vruchten van hunnen arbeid te genieten, werken