HomeBedenkingen tegen de mededeeling van den Minister van KoloniĆ«n aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, omtrent den verkoop van Pagina 59

JPEG (Deze pagina), 834.30 KB

TIFF (Deze pagina), 6.86 MB

PDF (Volledig document), 50.79 MB

53
Java kunnen uitoefenen. De ambtenaren hebben gezag over
hunne ondergeschikten; daarom bewijst de bevolking hun
strikte gehoorzaamheid en blinde ondergeschiktheid, ja
slaafsche onderwerping; maar er is door dat gezag een niet
te overschrijden klove tusschen die ambtenaren en de Java-
nen , die elke vertrouwelijke toenadering en verbroedering
onmogelijk maakt. Wanneer daarentegen Nederlandsche
handwerkslieden of landbouwers, of onderwijzers of genees-
kundigen, niet door het gouvernement aangesteld, maar ge-
Q heel zelfstandig handelende en arbeidende, zich onder hen
vestigen; wanneer dezen invloed op hen trachten te verkrij-
gen, door hen voor te gaan, te leiden en te regt te wijzen ,
door hun belangstelling en genegenheid en liefde te betoo-
nen, door onder hen, niet als wezens van eene hoogere
kaste, gelijk de ambtenaren, maar als broeders van het-
zelfde bloed te wonen en te leven , - dan is de klove ver-
dwenen, dan zijn de harten geopend, en geen volk ter we-
reld kan vatbaarder Wezen voor goede indrukken , voor lessen
en vermaningen, voor christelijke vorming, dan de Javanen. t
Gaarne en gemakkelijk zullen ze zich aansluiten aan hen,
bij wie ze beter voldoening vinden van de geestelijke be-
hoeften, die zich ook in hen meer en meer doen gevoelen,
dan ze bij hunne domme, bijgeloovige en inhalige priesters
tot dus verre hebben aangetroffen.
Indien deze redenering alleen gegrond was op bespiegeling
en vooronderstelling, dan zou ze , bij sommige voorstanders van
het tegenwoordige regeringstelsel in Indiƫ , groote tegenspraak
vinden , en door hen misschien , als de ijdele droomen van eenen
M dweeper , worden bespot en verworpen. Daarom verheug ik
mij, dat ik hier , tot bewijs van de gegrondheid en waarheid
mijner woorden, kan wijzen op hetgeen reeds gebeurd is. Te
Soerabaija wonen sedert vele jaren eenige weinige Europea-
nen uit den burgerstand, die ambachten uitoefenen; en
enkele afstammelingen van Europeanen, die ook voorname-
lijk aan hen hunne eerste christelijke vorming te danken heb-
ben, kwamen langzamerhand in naauwe aanraking met Ja-
vanen in den omtrek van Soerabaija wonende. Bij ziekte
of verdriet of ongelukken, vonden dezen bij de Christenen
troost en hulp. Wederkeerig bezochten zij elkander in de
woningen der Europeanen zoo wel als in de hutten der `
l