HomeBedenkingen tegen de mededeeling van den Minister van Koloniën aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, omtrent den verkoop van Pagina 58

JPEG (Deze pagina), 837.75 KB

TIFF (Deze pagina), 6.86 MB

PDF (Volledig document), 50.79 MB

1
ë 52
jr delinggenootschap, scholen wilden stichten, om de Javanen
j eenig onderwijs te geven , als voorbereiding voor het Chris-
, tendom, dan wist zij die pogingen behendig te verijdelen.
Zij wil geene ontwikkeling en beschaving van de J avanen ,
omdat zij vreest, dat daardoor haar gezag ondermijnd, en
haar stelsel van bestuur vernietigd zal worden; en wanneer
geen andere weg wordt ingeslagen, dan tot dus verre door
ij haar gevolgd is, zullen de Jcwcznen een’ hoogeren tmp van
ä besclzaoing bereiken , zonder toedoen mn Neclerlavzd. Nu reeds
j zijn de bewijzen voorhanden , dat het volk behoefte begint I
A te gevoelen aan iets beters en hoogers; nu reeds vertoonen
j zich verschijnselen, die op het verlangen naar meer licht en
E leven onmiskenbaar duiden. WVanneer eens dat verlangen en
E het gevoel dier behoefte met kracht ontwaken , dan houden
‘ geen belemmerende maatregelen van het gouvernement het
binnendringen van nieuwe elementen tegen. De beschaving
verbreekt de kluisters en de boeijen, die haar in den weg
staan; maar die beschaving zal dan geen Nederlandsche be-
j standdeelen en vormen hebben; zij zal geboren en gevoed
1 zijn, zonder dat wg] hare kiemen hebben gelegd en haar
geest en leven hebben geschonken; zij zal de Javaansche
maatschappij met andere dan Nederlandsche denkbeelden en
gevoelens doortrekken hebben; zij zal eene bevolking van
j tien millioen zielen tot zelfbewustheid brengen, haar de
I oogen op het verledene doen vestigen, haar voorstellen, hoe
r Nederland willens en wetens, met voorbedachten rade, systema-
j tisch haar van den grootsten zegen der menschheid heeft versto-
ken gehouden , ten einde door de vruchten van haren handen-ar-
l beid rijk te blijven , en uit vrees van dien rijkdom te verliezen. Ji
j Van het partikulier landbezit op Java verwacht ik de be-
[ vordering van christelijke beschaving onder de J avanen op
il tweederlei wijze , namelijk indirekt en direkt. Het partiku­
liere landbezit, vooral wanneer de perceelen die verkocht
worden niet te groot zijn (gelijk ook in ieder opzigt wen-
schelijk is), zal vele Nederlanders op Java brengen, en
juist uit die klasse, welke de meeste geestkracht en gods-
dienstzin bezit, uit den zoogenoemden middelstand, die
eigenlijk de kern onzer natie uitmaakt. (Jngeloofelijk is
de invloed, dien zulke menschen op de inboorlingen van