HomeBedenkingen tegen de mededeeling van den Minister van Koloniën aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, omtrent den verkoop van Pagina 47

JPEG (Deze pagina), 797.69 KB

TIFF (Deze pagina), 6.89 MB

PDF (Volledig document), 50.79 MB

41
wezig vindt, om deze velden aan den landbouw dienstbaar
te maken; ­- daar kan men van de toepassing der hervor-
mings-plannen des ministers in het groot schitterende resul-
taten verwachten. Maar in vele andere gedeelten van J ava ,
waar de bevolking op eene groote uitgestrektheid gronds
ongeregeld en schaars verdeeld is; waar de landbouw indi-
viduëel beoefend wordt en in kleine, ver uiteenloopende
onderdeelen is gesplitst; waar geen voldoende eenheid be-
staat tot het daarstellen van belangrijke verbeteringen; -
daar zijn tot dus verre de pogingen van het gouvernement
niet gunstig geslaagd en zullen ook de voornemens van den
l minister schipbreuk lijden.
j Tot een voorbeeld zullen wij hier wijzen op de zuider-
, distrikten van de residentie Bantam in ’t algemeen , en wel
speciaal ons bepalen bij het distrikt Sadjira. Het grenst ten
N. en N.O. aan de residentie Batavia; ten O. aan het land
j Djassinga in de residentie Buitenzorg; ten Z. aan het Ban-
i tamsche distrikt Tjilangkahan; ten WV. aan de distrikten
Lebak, `Waroeng­Goenoeng en Kollêlet. Het bevat 62 dor-
pen of gehuchten, met eene bevolking van ruim 12,000
zielen, waaronder ongeveer 2300 mannen geschikt voor den ‘
E arbeid. Op eene groote uitgestrektheid van berg- en heu-
QF velachtig terrein, vindt gij hier en daar onregelmatig die
j gehuchten verspreid; wegens dit ongelijkvormige terrein be-
l staat er geen geregelde kultuur; nu eens wordt uw oog ge-
lf boeid door een veelhoekig ravijn, dat voor sawahs (door
loopend water besproeide rijstvelden) is ingerigt; dan weder
j ontdekt gij eenige boschrijke hellingen., met pad1­gaga(*)
l beplant; maar nergens merkt gij éénherd of regelmatigheid
van den arbeid op , die bij eene kultuur, welke van water-
leidingen hare levenssappen moet ontvangen , zoo onontbeer-
lijk is. Door deze omstandigheden, waarbij nu nog het in-
dividuële landbezit der ingezetenen moet gevoegd worden (T),
ziet zich het bestuur in zijne operaties belemmerd en ver-
(*) De padi­gaga is rijst, die geteeld wordt door een bosch om te kappen
of wildernis schoon te maken , en den zaadkorrel in den grond te steken,
zonder dien vooraf in eenig opzigt te bearbeiden.
(1) De minister heeft daarover met een enkel woord gesproken. Iets meer
heb ik er van gezegd in mijne ze Reis over Java, Madura en Bali ," I , blz. 36.