HomeBedenkingen tegen de mededeeling van den Minister van Koloniën aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, omtrent den verkoop van Pagina 46

JPEG (Deze pagina), 831.25 KB

TIFF (Deze pagina), 6.89 MB

PDF (Volledig document), 50.79 MB

Ir
X
lll 40

jj houdt aan de regten en verpligtingen , hem in de hierboven
al beschouwde publikatie (Staatsblad van 1836, no. 19) voor~
j, geschreven, veel grooter ontwikkeling aan zijne landen kan
geven, dan het gouvernement bij magte is. Het gouver-
{ nement drijft als landbouwer alleen de zaken in ’t groot;
ja de gouvernements­ambtenaren leggen de ontvangen bevelen
ä V ten uitvoer, maar kunnen zich onmogelijk met die details
l inlaten, die in den landbouw zoo noodig zijn, en een land
zoo spoedig in waarde doen rijzen. Dat acht geven op de
kleinste bijzonderheden, dat partij trekken van de geringste
l omstandigheden, dat benuttigen van alles kent het landbou­
wende gouvernement niet. Die weldadige invloed, dien l
een goede landeigenaar langzamerhand op de ingezetenen {
· van zijn land weet te verkrijgen; de leiding, die hij daar- ;
' door, op eene middellijke wijze, aan hunnen arbeid kan
j geven; de verbeteringen, die hij aldus kan invoeren; de
schadelijke vooroordeelen , die hij overwinnen kan, -­ dat alles Y
bevordert het Welzijn der J avanen en zijnen eigen rijkdom;
maar voor een gouvernementsambtenaar is dit eene onmo­
gelijkheid. lVil men de bewijzen voor hetgeen ik hier
l beweert, dan levert de geschiedenis van vele partikuliere l
W landerijen op Java die nu reeds op. ’t Is genoeg, de na-
j men te noemen van de landen Nangong van de heeren Moir- {F
MAN, Pondok Gedeh van den heer VAN DEN Bosorr, Serpon j
T van den heer VAN BRAAM, Kandang­hauer van den heer
l Vnrnsn, Pamanoekan en Tjassem van de heeren HOFFLAND ,
en vele anderen meer.
I Niemand kan meer dan ik de weldaad erkennen, die de
I graaf VAN DEN Boscrr door zijn kultuurstelsel aan Java en l
Nederland heeft bewezen; niemand kan grooter verwachtin-
L gen hebben van de goede uitkomsten der verbeteringen en
« hervormingen, die de minister daarin wil aanbrengen. Maar
het veld , dat zich ter bearbeiding aanbiedt, is veel te groot,
en in toepassing te zeer uiteenloopend, dan dat het ooit der
regering zal gelukken, overal die plannen van den minister
ten uitvoer te leggen. Daar , waar een rijke voorraad van
beschikbaar water het middel aan de hand biedt tot het gra-
ven van kapitale leidingen ter besproeijing van uitgestrekte
velden; -­ waar men eene talrijke en nijvere bevolking aan-