HomeBedenkingen tegen de mededeeling van den Minister van Koloniën aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, omtrent den verkoop van Pagina 45

JPEG (Deze pagina), 865.42 KB

TIFF (Deze pagina), 6.90 MB

PDF (Volledig document), 50.79 MB

{
r
E
ä sa
I beteekent, zoo lang hij er geen dergelijken staat der parti­
ë kuliere landen van J ava naast legt; dat onmogelijk blijken
kan ,,het tegenovergestelde der bewering, dat de produktie
op de landgoederen eenen aanwas heeft bekomen, welke
i verre die va11 de gouvernementslanden overtreft", tenzij twee
staten (van de gouvernements­ en partikuliere landen) naast
elkander worden ele d om beiden te kunnen ver¤‘eli`ken.
g g » ¤ .l
Is het dan mogelijk het verschil in grootte van twee voor-
I werpen te bepalen, als men er slechts één van kent?
Y; . . . . . ..
Juister 1S de bewering van den minister, wanneer hij
zegt: ,, dat die partikuliere landerijen thans twee-, drie-
en meermalen de oorspronkelijke waarde bezitten, kan ook
niet in zijn geheel op rekening van het goed beheer der
l . .
landheeren gesteld worden; want de 1nvoer1ng van het door
‘ den raaf VAN DEN Boscn ontwor en kultuurstelsel heeft
j P
r daartoe mede bijzonder bijgedragen." Ik stem dat toe; ik
erken gaarne, dat de prijs der rijst dien ten gevolge aan·
zienlijk is gestegen (*). Maar er is wel een middel, om
te weten, hoeveel van de vermeerdering der waarde dier
landerijen op rekening van het goed beheer der landheeren
moet gesteld worden. Vergelijk slechts, niet de geldelijke
opbrengst, maar de hoeveelheid aan produkten, die zij af-
wierpen toen ze verkocht werden , niet den tegenwoordigen
staat der produkten. De vermeerdering dier produkten
heeft toch ongetwijfeld haren oorsprong te danken aan de
handelingen van den landeigenaar. En ’t is niet te verwon-
deren dat een Euro esche landbezitter die zich letterli`k
3 P 5
g (*) Hoewel hetgeen de minister er op laat volgen niet mag worden aange-
V nomen. De prijs der rijst zou niet gestegen zijn uit gebrek aan dat artikel,
i maar alleen omdat de Javaan geen gedeelte behoeft te verkoopen tot betaling
zijner landrente? Indien er geen gebrek aan dat artikel was, waarom heeft
dan de gouverneur-generaal bij kabinets-circulaire van 18 Jnnij 1847, no.
188, zijn bepaald verlangen te kennen gegeven, n dat de residenten en kon-
troleurs de meeste zorg aanwenden, om den ijver van de inlandsche hoofden
aan te sporen tot bevordering van eene doelmatige aanplanting van rijst, van
B3.l`dVl'llCllt€Il, Vüïl gl`0€llt€D, Val] l{l2l.ppBI`l)OO[1'l8H (Jil Väll alles wat SU`BkkCIl
kan , om de voedingsnticldelen der inlandsche bevolking te vermenigvuldigen?
Ook de stelling, v dat de Javaan thans geen gedeelte zijner rijst behoeft te j
verkoopen tot betaling zijner landrente," is dunkt mij wel wat gewaagd, in
alle geval veel te algemeen. In enkele streken van Java, zoo als in Probo-
lingo, Pasoeroean enz. is het mogelijk, maar in vele anderen, b. v. Tagal ,
Pakalongan , vooral ook Rembang enz. is het zeker geheel audcrs gesteld. 1