HomeBedenkingen tegen de mededeeling van den Minister van Koloniën aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, omtrent den verkoop van Pagina 43

JPEG (Deze pagina), 841.27 KB

TIFF (Deze pagina), 6.89 MB

PDF (Volledig document), 50.79 MB

l
37
J De rijst of padie in het Buitenzorgsche 0. a. is met 100 à 150
‘ percent in waarde gestegen; landen, die geene noemenswaardige ver-
beteringen hebben ondergaan (want alle landheeren, hunne admini-
j strateuren of huurders zijn niet even actief), hebben in de stijging
der waarde gedeeld.
Het land Tjomas in gemelde provincie 0 a., hetwelk vroeger was
verhuurd voorf 20,000 koper, brengt thansf 53,000 zilver op.
Ik zou ten deze in meerdere details en opgaven kunnen treden ,
dan dit zou mij thans te ver leiden. Alleen wil ik nog opmerken,
dat de opgaven omtrent de landen Kendang-Sampie, Sumadangan
en Tegal Waroe niet geheel juist zijn, om reden die landen in 1829
niet in derzelver geheel, maar slechts ten deele , voorf 93,000 zijn
L verkocht. Men had er welligt ook kunnen en, om de zaak naar
A waarheid voor te stellen, moeten bijvoegen , dat de bevolking van
die landen met betrekking tot de hetling der belasting thans aan een
j Chinees ondergeschikt is, die de gemelde landerijen voor f 100,000
j heeft gehuurd, en dat de bevolking dus de weldaden niet kan er-
j langen, welke van de leiding van eenen weldenkenden Europeschen
i landheer zouden kunnen worden verwacht.
Zoodanige verhuringen verzwakken het argument, hetwelk men
j aanvoert, dat het lot der Javasclie bevolking onder de Europesche
` landheeren aanmerkelijk is of nog zou kunnen worden verbeterd.
Er zijn zeker, dit wordt ten volle erkend, lnndheeren die zich op
eene loffelijke wijze het lot van den inlan·ler aantrekken; dan men
vindt er ook, die de bevolking minder gunstig behandelen, of kun-
nen behandelen , om reden de landen , aan de meestbiedende , publiek
zijn verpacht of verhuurd; men treft er aan die geen enkel man,
veel minder duizende zielen onder hun beheer of toezigt behoorden
te hebben.
Ook in de vermeerdering van bevolking, produktie GH Waar-
de der partikuliere landerijen vindt de minister niets aan-
nemelijks voor het verkoopen van landen. Hij ontkent, dat
de bevolking op partikuliere landen door meer welvaart is
toegenomen. De vermeerdering b. v. der bevolking van
Tjikandi­Oedik, sedert den verkoop der Engelschen van
_, 7000 tot 18,000 zielen, beteekent volgens hem niets, ,,Want
° zoodanige vermeerdering kan ook voor de gouvernemente-
provinciën worden aangetoond. Volgens RAFFLES bedroeg de
' bevolking van Java en Madura in 1815 , 4,615,270 en
thans kan men aannemen, dat dezelve meer dan 10,000,000
zielen zal bedragen.°’ Deze cijfers zijn volkomen juist, maar
’t zou zeer gewaagd zijn het verschil cdleen aan eene vermeer-
dering van bevel/ring toe te schrijven. Vooral sedert de in-
voering van het kultuurstelsel, heeft onze statistische kennis
j van Java, hoe gebrekkig zij nog moge zijn , belangrijke vor- ,
derin en vemaakt; wi` zi`n thans beter bekend met den in-
¤
wendigen staat van zaken op Java; en vandaar dat het cijfer