HomeBedenkingen tegen de mededeeling van den Minister van Koloniën aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, omtrent den verkoop van Pagina 40

JPEG (Deze pagina), 799.15 KB

TIFF (Deze pagina), 6.90 MB

PDF (Volledig document), 50.79 MB

, 34
beschikking moeten blijven". Met het oog op de onmete~
, lijke wildernissen en allang-allang velden en bosschen van
j Java, die sedert eeuwen op mensohenhanden wachten, om
g de rijkste oogsten af te werpen, is deze bezorgdheid inder-
l daad wat te ver gedreven. Maar bovendien , al weten ook
de koopers van zulke woeste gronden, door kolonisatie van
elders er bevolking op te brengen, voor het grootste ge·
l deelte zullen het toch wel Javanen zijn, op wie zij rekenen.
De minister schijnt zelf in te zien, dat deze bezorgdheid
M wat overdreven is, en laat er onmiddellijk op volgen, ,, dat 1
` niet zal worden ontkend, dat een gedeelte dier gronden
nog jaren lang onbenuttigd zal blijven liggen”.
Nu heeft hij echter nog een ander bezwaar; men treft
namelijk, volgens hem , ,,weinig personen aan, die het be-
zit van zoodanige woeste gronden beoogen, of het moest zijn l
in de Preang·er­regentschappen, alwaar de bevolking voor
de door haar ten behoeve van het gouvernement geteeld ,
wordende kofïij eene sobere betaling erlangt en dus al ligt
tot verhuizing genegen zou zijn." Het verheugt ons, dat l
de minister hier althans gedeeltelijk de waarheid erkent van ‘
het tafereel, dat door velen en ook door mij ("") van den in
ongelukkigen toestand der bevolking in de Preangenlanden j
is opgehangen. Hij geeft zelfs eenigzins de hoop, dat dit l
stelsel verbeterd zal worden, maar wil de bevolking liever j
daarnaar laten wachten , dan haar onmiddellijk een duizend- g
voudig gelukkiger lot te geven, door het verkoopen van
landerijen aan partikulieren. Verkoop slechts een gedeelte
van de Preangenregentschappen, niet alleen woeste maar
ook bebouwde gronden , en gij zult niet alleen in den tegen-
woordigen geldelijken nood des vaderlands voorzien, maar
. ook eene beklagenswaardige bevolking uit hare ellende ver- v
lossen.
Wat de minister zegt van hetgeen de ondervinding ge-
leerd heeft ten aanzien van den verkoop van woeste gron-
den en de moeijelijkheid om aldaar bevolking te verkrijgen,
wil ik niet tegenspreken, ofschoon daarop ook uitzon-
(*) Zie mijne » Reis over Java, Madura en Bali ," I, blz. 28 en vol-
gendeu.