HomeBedenkingen tegen de mededeeling van den Minister van Koloniën aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, omtrent den verkoop van Pagina 39

JPEG (Deze pagina), 705.06 KB

TIFF (Deze pagina), 6.95 MB

PDF (Volledig document), 50.79 MB

ä IV.
g Woeste gronden.
ä
t
i
i Er worden wel is waar woeste en onbebouwde gronden aangetroiïen ,
j waarop het regt der gemeenten kan worden in twijfel getrokken,
dan men verlieze niet uit het oog, dat de Javasehe bevolking snel
toeneemt, en dat die gronden dus voor den landbouw ter harer
beschikking moeten blijven.
Dan afgescheiden hiervan en ofschoon niet zal worden ontkend,
dat een gedeelte dier gronden nog jaren lang onbenuttigd zal blij-
ven liggen, men treft weinig personen aan, die het bezit van zoo-
danige woeste gronden beoogen , of het moest zijn in de Preemger
Regentschuppen, alwaar de bevolking voor de door haar ten be-
hoeve van het gouvernement geteeld wordende kofïij eene sobere
betaling erlangt, en dus al ligt tot verhuizing zou genegen zijn;
dan dit stelsel is voor verbetering vatbaar, en het mag dan ook
in twijfel worden getrokken, of de verkoop van zoodanige woeste
gronden wel eenige millioenen zou opbrengen.
De ondervinding heeft reeds aangetoond, dat er bij afstand van
woeste gronden niet dan met veel moeite en tegen groote gelde-
lijke offers eenig volk op kan worden gevestigd. En heeft die ves-
tiging al tijdelijk, door het betalen van hooge loonen of het toe-
kennen van andere voordeelen plaats gehad, dan is zulks geweest
ten prejudice der gouvernements·cultures en andere werkzaamhe-
den, terwijl de ondernemers veelal zijn te gronde gegaan, na een
aantal menschen, van gevestigde landbouwers, in rondzwervers of
vagebonden te hebben herschapen.
,. Het houden eener behoorlijke en onmisbare policie wordt zoo
doende aanzienlijk benadeeld, - eene goede verdeeling der Gou-
" vernements-cultures en andere werkzaamheden, die op de kracht
der bevolking, in elke gemeente aanwezig, gegrond zijn, mn
eene male onmogelijk gemaakt, en het verkoopen van gronden op
Java, is dus eene slooping van het thans bestaande en zoo vele
voordeelen afwerpende stelsel van culture.
De minister is ook tegen het verkoopen van woeste en
onbebouwde gronden, niet alleen van die welke tot dessa’s en
kampong’s behooren , maar ook van dezulke , waarop het regt
der gemeenten kan in twijfel worden getrokken. En hij is
daar tegen op grond, ,, dat de Javasohe bevolking snol toe-
neemt, en dat die gronden dus voor den landbouw ter harer
3
1