HomeBedenkingen tegen de mededeeling van den Minister van Koloniën aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, omtrent den verkoop van Pagina 37

JPEG (Deze pagina), 830.80 KB

TIFF (Deze pagina), 6.90 MB

PDF (Volledig document), 50.79 MB

3l
In de ,, akte van overeenkomst tusschen de kommissarissen
ter regeling der zaken in de vorstenlanden en Zijne Hoog-
heid PAKOE nonvvono VII, als leenheer der landen tot het
Soerakartasche rijk behoorende," van den 22 Junij 1830,
wordt in art. 2 bepaald: ,, In alle overige provineiën 611
landen van het rijk (behalve Mataram, Padjang, Soekowati
en Goenong Kidoel) zal het gezag van den soesoehoenan in
zijnen naam gevoerd worden door het Nederlandsche gou-
vernement, hetwelk - alle de inkomsten zal ontvangen,
die van dezelve kunnen worden geheven." In art. 5 ver-
l zekert het gouvernement tot schadeloosstelling het volle
bedrag der inkomsten , die de soesoehoenan en rijksgrooten
uit deze provinciën hebben genoten, en die getaxeerd zullen
worden. Souvereiniteitsregten bezaten de sulthan en soesoe-
hoenan niet; die bezat reeds het gouvernernent; dezelfde
regten, waarvan de regering in hare landen bij een’ eventuëlen
verkoop een gedeelte aan de koopers zou verkoopen , stonden
zij af tegen eene geldelijke schadevergoeding VVat is
dit anders dan verkoopen? Hoe heeft de minister dus kun-
nen zeggen, dat ,, die vorsten nog nimmer op het denk-
beeld zijn gekomen , om tot zulk een verkoop over te
gaan ?”
Ook de omstandigheid, dat het gouvernement vroeger
zoodanige verkoopen heeft bewerkstelligd, bewijst in het
oog van den minister niet, dat het er toe geregtigd was;
het is, naar zijn inzien , een onstaatkundige maatregel ge-
weest. Ik neem de vrijheid te doen opmerken, dat het ,,022-
sma2fkw’¢cZige" van den maatregel nog geen bewijs is dat het
gouvernement er niet toe geregiziqrá was ; noodwendig had
de minister hier dus het woord ,,onregt" moeten gebrui·
(*) Er behoorde nog bij de politie en justitie, die mede in art. 2 wor- i
den opgenoemd. Maar dat was meer in naam dan inderdaad, want op dit
oogenblik is in de residentiën Djokjokarta en Soerakarta zelve de politie en
justitie meer in handen van het gouvernement dan van de vorsten. Ove-
rigens is het zeer interessant eens op te merken, hoe zonderling zulke kon-
trakten er soms uitzien. Een staaltje daarvan vinden wij in het aangehaalde
F art. 2. Het gouvernement is souverein van de landen van den soesoehoenan,
die daarom ook leeïzhecr genoemd wordt; en nu zal het gezag in de afgestane
provinciën door het Nederlandsche gouvernement gevoerd worden in naam
van den soesoehoenan, dus door den souverein in naam van den leenheer.
l
l x
l