HomeBedenkingen tegen de mededeeling van den Minister van Koloniën aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, omtrent den verkoop van Pagina 34

JPEG (Deze pagina), 827.08 KB

TIFF (Deze pagina), 6.88 MB

PDF (Volledig document), 50.79 MB

28
verkoop van landen , tot den eeuwigen dage het regt uit han-
E den , om , des verkiezende , later den vollen eigendom van dgn
j grond aan de opgezetenen te kunnen schenken of overdoen."
l `Wij verheugen ons over zulke edele en menschlievende
i voornemens; wij zijn dergelijke philanthropische intenties
· ten opzigte der Javanen van de regering niet gewoon;
F maar wij vreezen, dat in allen gevalle de vervulling nog wel ‘
l tot zulk eene ver verwijderde en onzekere toekomst zal moe-
§ ten wachten, dat zij op den tegenwoordigen verkoop van
het regt van belastingen te heffen en heerendiensten te vergen «
geen invloed behoeft uit te oefenen.
De minister vraagt: ,, is het rationeel, dat men (bij den
geprojecteerden verkoop) den koran wil toepassen op
eene bevolking, die men voor den zegen van het Christen-
dom wil voorbereiden?" De minister vergeve het mij , maar
ik houd dit voor bittere ironie. Wat is er tot dus verre
gedaan, om de bevolking voor het Christendom voor te be-
K reiden? Heeft niet de regering een slagboom daartegen ge-
i steld? Zijn niet alle pogingen, daartoe aangewend, onder'
drukt of belemmerd? Hoe kan dan dit argument in den
mond der regering iets anders zijn dan bittere ironie?
Maar ’t is ook een geheel valsoh argument. Ik wenschte
wel, dat de heer sLOE'JJ van den koran niet gesproken had,
vooral omdat het nog verre van bewezen is, dat op Java
het eigendomsregt op den grond van den souverein daaruit
moet worden afgeleid. Ik voor mij geloof, dat het tot de
Hindoe­instellingen behoorde ’t Is hier echter de vraag
niet vanwaar het afkomstig is, maar of het regt, dat de
kooper bij een’ eventuëlen verkoop van landerijen verkrijgt,
onvereenigbaar zij met den geest des Christendoms? En
dan moet die vraag ongetwijfeld ontkennend beantwoord
worden, want anders is het regt der tienden in sommige I
streken van ons vaderland, het beklemregt in de provincie
Groningen, waarmede dat zoogenaamde partikuliere landbe-
(*) De heer sLoE1‘ had gezegd, dat uit een regtskundig oogpunt tegen
eenen verkoop geene bezwaren bestaan, aangezien bij Aziatische volkeren,
althans wanneer zij zoo als Java door den koran beheerscht worden, de
souverein als de eenige grondeigenaar wordt beschouwd.
(T) Zie onder anderen mijne >> Reis over Java, Madura en Bali ," I,
blz. 60.