HomeBedenkingen tegen de mededeeling van den Minister van Koloniën aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, omtrent den verkoop van Pagina 33

JPEG (Deze pagina), 835.63 KB

TIFF (Deze pagina), 6.88 MB

PDF (Volledig document), 50.79 MB

27 'J
wezen aan, dat de souverein, thans het Nederlandsche
gouvernement, als eigenaar van al de gronden op Java
moest worden beschouwd, zou dat gouvernement, in na-
volging van Oostersche despoten, dat beginsel moeten hand-
haven? Zou dat gouvernement, wanneer het, bij de inbe-
zitneming of verovering van Java, had bevonden, dat de
geheele bevolking slaaf was van den souverein, die be-
volking steeds in den slavenband hebben gelaten?" Schoone
_ woorden, maar die niets beteekenen. Het gouvernement
Z heeft tot op den huidigen dag, in navolging der Oostersche
despoten , heerendiensten gevergd , belastingen geheven , enz.;
het heeft, ofschoon met minder wreedheid en meer men-
schelijkheid, alle regten gehandhaafd, die het van de Oos-
I tersche despoten overnam; het heeft zich nog meer regten
aangematigd, door de bevolking te noodzaken tot die kul-
tures , welke het goedvond. Nu zal het, bij den verkoop ,
de heerendiensten verminderen, de belastingen geregelder en
dragelijker maken, het lot van den Javaan verbeteren en
verzachten. Het zal dus juist dat bewerkstelligen, wat de
minister in deze oratorische wending als pligt voorschrijft.
En wat zullen vvij zeggen van de volgende woorden?
,, Zij , die landen op Java willen koopen , verlangen meer dan
de heffing eener belasting; zij verlangen werk, zij verlangen
gezag over de bevolking uit te oefenen.” Het is immers de
vraag niet, wat de koopers van landen verlangen, maar
welke bevoegdheid zij verkrijgen. Die bevoegdheid heeft
de publikatie van den 28 Februarij ISBG omschreven, en
_ volgens art. 1 van die publikatie is het gouvernement ver-
" pligt tot ,, de bescherming van alle ingezetenen zonder on-
derscheid," en dus ook om te zorgen, dat de koopers geen
werk van de bevolking eischen en geen gezag uitoefenen
anders, dan volgens die publikatie. En bovendien bepaalt
art. 99 van het reglement op het beleid der regering: ,,de
gouverneur-generaal zorgt voor de goede behandeling der
inlanders op de landen aan Europeanen of anderen afge-
staan, alsmede dat deze laatsten zich met opzigt tot het afvor­
deren van diensten en opbrengsten, stiptelijk houden aan
de algemeene of bijzondere _verordeningen!" ,,ln allen ge-
val" gaat de minister voort, ,, geeft het gouvernement, bij
fl