HomeBedenkingen tegen de mededeeling van den Minister van Koloniën aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, omtrent den verkoop van Pagina 30

JPEG (Deze pagina), 813.20 KB

TIFF (Deze pagina), 6.89 MB

PDF (Volledig document), 50.79 MB

l
i 24
L waarloozing van den grond, bij veronachtzaming der be-
paalde verpligtingen, of bij wangedrag en misdrijf; in dat
4 geval kan, op last van de placzzfselyke auzforiteizf, het regt
van erfpacht verkocht, of wanneer daartoe geene gegadig-
den zijn, verbeurd verklaard worden, ten profijte van den
landeigenaar. WV at de hoeveelheid betreft, die de erfpach-
j ter aan den eigenaar moet opbrengen, deze regelt zich,
volgens art. 10, naar de gebruiken en erkende gewoonten
van elk landgoed, maar mag nimmer meer bedragen, dan
het een vyfcle gedeelte van het werkelijk gewas. Over de ‘;
wijze , waarop deze heffingen plaats hebben, de dwangmid­
delen bij wanbetaling, niet door den landeigenaar, maar
door de pZa<zZseZg)%e aut0riz‘eit en den regter aan te wenden,
en over eenige andere onderwerpen meer worden in art. 8
tot 20 bepalingen aangetroffen, waarbij wij echter thans niet
V behoeven stil te staan. Volgens art. 21 en 22 mag de land- #
eigenaar over geene sawah­ , tuin- of anderen gekultiveerden
grond, door eenen opgezetene of zijne voorouders aange-
legd of in erfpacht verkregen, anders dan bij minnelijke i
i. overeenkomst beschikken. Hij mag op eigen autoriteit gee- l
I nen opgezetene van zijn landgoed verwijderen of doen ver-
huizen. Art. 26 bepaalt, dat de eigenaar het regt heeft,
om van de mannelijke opgezetenen van zijn landgoed, en
tegen behoorlgjke voecling , één dag arbeid in de week te vor-
deren, tot het aanleggen of herstellen van binnenwegen, i
het graven van waterleidingen, het snijden van gras enz.
Wanneer deze arbeid gevergd wordt op eenen grooteren
afstand dan vijf palen, zal aan elken arbeider twee cents ff
voor iederen paal afstands meer worden betaald. Bovendien
wordt het komen en gaan der opgezetenen van en naar
l‘ hunne woonplaats onder den arbeid gerekend, zoodat ieder
` steeds zes volle dagen in de week voor zich zelven behoudt.
i Het reglement bevat nog meer bepalingen, tot zelfs in ge-
ringe bijzonderheden, die allerbelangrijkst zijn om den aard
van hetgeen men op J ava partikulier landbezit noemt naauw­
( keurig te leeren kennen.
Uit dit reglement blijkt dus duidelijk, dat de Javaan
Jüefo eigenaar is van den grond, dien hij of zijne voorou-
ders bebouwd hebben , of dien hij gekocht hoeft. De land·