HomeBedenkingen tegen de mededeeling van den Minister van Koloniën aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, omtrent den verkoop van Pagina 29

JPEG (Deze pagina), 807.95 KB

TIFF (Deze pagina), 6.86 MB

PDF (Volledig document), 50.79 MB

z
23
straffelijke als burgerlijke zaken, en al wat strekken kan tot
bewaring der rust en tot bevordering der algemeene veiligheid.
0. De beschikking over de ingezetenen, tot wering van
alle rampen en onheilen, waarmede de staat bedreigd of
bezocht wordt.
d. Het opleggen van belastingen, reëel of personeel,
direkt of indirekt, mits niet noodzakelijk verminderende de
heffingen, wettiglijk aan den landeigenaar toegestaan.
e. Het beheer van groote wegen, bruggen, sluizen,
" kanalen en alle werken, bestemd ten algemeenen nutte, en
voor de groote kommunikatiën te land of te water.
jï Alle hooge souvereine regten, zonder uitzondering,
die niet in bijzondere gevallen, ex plenitudine potestatis,
door het gouvernement uitdrukkelijk aan de landeigenaren
zijn of worden afgestaan of toegekend, om door hen bij
i delegatie (en niet anders) te worden uitgeoefend.
De bevoegdheid, die de kooper verkrijgt, bestaat, Vol-
gens art. 2, in ,, het heffen van een aandeel in den oogst
H of opbrengst van alle gronden, die door de bevolking be-
bouwd of vruchtgevende gemaakt zijn of worden." Boven-
dien behooren aan den kooper ,, alle woeste groncïen , mits-
gaders de bosschen, bamboezen en andere natuurlijke voort~
H brengselen des lands, met dezen verstande nogtans , dat aan
de opgezetenen, die aan den eigenaar de bepaalde opbrengst
A voldoen voor den grond, dien zij in gebruik hebben, de
t vrije beschikking blijft over de weiden voor hun vee, en
over de bossehen tot het vergaderen van bamboe, rottan,
,, allang·allang, brandhout en verdere dagelijksche benoodigd­
l heden, mits deze bestemd zijn voor eigen gebruik en niet
ter verkoop." Volgens art. 3 worden alle gronden, door
de inlandsche bevolking metterdaad bebouwd, bewerkt of
onderhouden, verstaan, haar in eïjjaae/zt en ter verbetering
te zijn uitgegeven, onder voorwaarde, om aan den eigenaar
op te brengen het hem toekoinend aandeel in den oogst,
en o1n de verdere op haar rustende verpligtingen na te ko-
men. De erfpaehters kunnen, volgens art. 4, dit hun regt
verkoopen of vervreemden, en van hetzelve niet verstoken
geraken, anders dan, volgens art. 5, wanbetaling van
des eigenaars aandeel in de opbrengst, bij verregaande ver- E
l