HomeBedenkingen tegen de mededeeling van den Minister van Koloniën aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, omtrent den verkoop van Pagina 26

JPEG (Deze pagina), 795.40 KB

TIFF (Deze pagina), 6.84 MB

PDF (Volledig document), 50.79 MB

p 20
landheeren, aan welke die bevolking in zekere mate ondergeschikt
zon zijn , kan worden geproduceerd.
Millioenen inboorlingen , behoorlijk beschermd en eigenaren van den
grond, zullen tienvoudig en meer aan denzelven ontwoekeren, dan
met honderde, ja. duizende landheeren het geval zou zijn.
Dat alle velden op Java niet zijn gemeentegronden , is hierboven
reeds gezegd; in de Sundah­districten is het eigendom vrij bepaald;
de bezitter verkoopt , verpandt of schenkt zijne gronden naar goed-
vinden weg.
Dat de vorsten van Djocjocarta en Soerakarta hunne landen verhu-
ren, komt naar mijn inzien, als een slecht argument voor, dat zij
dezelve ook zouden kunnen verkoopen; en opmerkelijk is het, dat
die vorsten nog nimmer op het denkbeeld zijn gekomen om tot zoo- g
dzmigen verkoop te willen overgaan; men zou er uit kunnen afleiden, Q.
dat zij de overtuiging hebben er niet toe geregtigd te zijn.
Dat al verder het Gouvernement vroeger zoodanige verkoopen heeft
bewerkstelligd, bewijst ook niet dat hetzelve er toe geregtigd was,
het is, naar mijn inzien, geweest een onstaatkundige maatregel,
welke geene navolging verdient, vooral wanneer men bedenkt, wat
de particuliere eigendommen aan de regering afwerpen, in vergelij-
king met die provinciën, welke hetzelve onder eigen bestuur heeft. ?

Het verwondert mij, dat de minister de kwestie: of het .
gouvernement het regt heeft , om landen op Java te ver-
koopen? nog niet voor uitgemaakt houdt. Misschien is dit
wel daaraan toe te schrijven, dat men eigenlijk verkeerde ,
bewoordingen gebruikt, om de zaak die men bedoelt uit te
drukken. Eene vergelijking van hetgeen het gouvernement
zich in de gouvernements-provincien veroorlooft met hetgeen
het bij verkoop aan de landbezitters afstaat , zal ons al
dadelijk op een geheel ander standpunt plaatsen.
Het Gouvernement mati t zich in de ouvernements·
ze
provmcieu aan: jj?
l°. het heffen van landrente van de bebouwde velden, A
l
zonder eemgen maatstaf, dan het oordeel zijner ambte­ .
naren CK) ;

J (*) De revenue­instructie van Raiiies gaf eenen maatstaf tot het heffen
der landrenten. Nu de minister dezen verwerpt, gelijk hij inderdaad ook
nimmer gevolgd is , bestaat er dus volstrekt geen maatstaf, en is alles aan
het goedvinden der ambtenaren overgelaten. Over ’t algemeen werd hun als
· de grootste verdienste toegerekend: vstijging der landrente in hunne af'dee­
lingen." De herziening van dat belastingstelsel, die volgens den minister
zelven zoo hoogst noodzakelijk is , zal nog wel eenige jaren uitblijven , en de
arme Javanen aan de willekeur en knevelarijen , waaronder ze nu zuchten ,
blijven prijs gegeven.

I