HomeBedenkingen tegen de mededeeling van den Minister van Koloniën aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, omtrent den verkoop van Pagina 25

JPEG (Deze pagina), 846.76 KB

TIFF (Deze pagina), 6.81 MB

PDF (Volledig document), 50.79 MB

ll
19
ducten wil verzekeren, terwijl de tegenwoordige landbezitters slechts
1/5 mogen heffen.
‘ Men heeft zeker bij het stellen eener heffing van 2|5 der produc-
. ten, tot grondslag genomen de belasting , die het gouvernement , vol-
gens de revenue­instructie van den Engelschen luitenanbgouverneur
· Raffles, dd, 11 Februarij 1814, kon heffen, namelijk:
1ste soort velden 1/2 van het gewas;
2de :7 77 2/5 77
[ 3de 27 77 1/3 72
of gemiddeld 2/5 aa
doch wanneer de belanghebbende in Indië bekend is, dan zal hij
ook wel weten, dat de landrente, welke het gouvernement thans
l heft, waarschijnlijk gemiddeld niet meer dan ä van het product
ik bedraagt, iets hetwelk met de vorenstaande cijfers van f 10,000,000
I landrenten en eene productie van f 81,000,000, behalve de koflij,
waaromtrent ten aanzien der heffing van de belasting, eene andere
` regeling bestaat, nagenoeg overeenkomt.
Het heffen eener belasting van 2|5 van het product is steeds als
te overdreven beschouwd, om er de hand aan te kunnen houden,
Q en om die reden is eene herziening van het stelsel van die belas-
I ting, hetwelk thans zeer ongelijk drukkend werkt, en aan de hoof-
den een ruim veld tot het plegen van willekeurigheden overlaat,
en die dan ook stellig meer dan gemeld 1/8 der productie van deze
of gene dorpen vorderen , mede hoog noodzakelijk.
Zij, die landen op Java willen koopen , verlangen echter meer dan
de heffing eener belasting; zij verlangen werk, zij verlangen gezag
over de bevolking uit te oefenen , en in allen geval geeft het Gouver-
nement , bij verkooop van landen, tot ten eeuwigen dage het regt
uit handen, om des verkiezende, later den vollen eigendom van den
grond aan de opgezetenen te kunnen schenken of overdoen.
z .......... . ......=. . ............. .. .................. Iff
S Ik zal trachten zulks eenigermatc te ontcijferen , na alvorens nog
l eenige aanmerkingen te hebben in het midden gebragt op het voor-
j komende in de nota van den heer snomï, daar waar men spreekt
l over den verkoop van hevolkte streken.
De schrijver zegt, dat uit een regtskundig oogpunt tegen eenen
D verkoop geene bezwaren bestaan, aangezien bij Aziatische volkeren, i
{ l althans wanneer zij, zoo als op Java, door den Koran beheerscht
”;" worden, de souvcrein als de eenige grondeigenaar wordt beschouwd,
‘ Ik voor mij zal dit moeijelijk problema, waaromtrent bij zeer
, kundige mannen twijfel bestaat, niet oplossen; dan ik vrage hèt, is
I zoodanige handeling billijk? Is het rationeel, dat men ten deze den J
Koran wil toepassen op eene bevolking, die men voor den zegen van
het Cl1ristendom wil voorbereiden? Ik twijfel er aan, of de bevel- 1
king met zoodanige transactie wel bijzonder zal zijn ingenomen. {
Die bevolking heeft de gronden ontgonnen en onder cultuur ge- l
bragt, en zij moet dan ook, volgens alle regelen van billijkheid, in
eene zeer groote mate als eigenaar van die gronden worden beschouwd. ‘
Het gouvernement mag zich het regt niet uit handen geven om A
gemelde bevolking, na meerdere ontwikkeling, in het volle bezit
van den grond te stellen. Hierdoor zal eene kraclitsontvvikkelïng, g
eene meerdere welvaart , eene toeneming van productie en voordeclen °
ontstaan, welke oneindig ver zal overtreffen hetgeen door Europeschc
Zn
l
1
lj
t I c