HomeBedenkingen tegen de mededeeling van den Minister van Koloniën aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, omtrent den verkoop van Pagina 23

JPEG (Deze pagina), 641.73 KB

TIFF (Deze pagina), 6.87 MB

PDF (Volledig document), 50.79 MB

17
Er zijn in onze Oost-Indische bezittingen meer dan twee-
honderd landgoederen van gelghe waarde, het eigendom van
het gouvernement, aan te wijzen, die alle, waren slechts de
noodige fondsen voorhanden, binnen weinige dagen gretig
zouden kunnen worden verkocht." Maar vooral dewijl voor
j zulk een verhoop het vereischte kapitaal niet voorhanden is,
[ geeft de graaf de voorkeur aan het verhuren van verschillende
perceelen voor een zeer lang tijdvak, om dan die per-
ceelen te beleenen. In dit opzigt zal de minister toch
niet willen beweren, dat er onderscheid is tusschen ver-
huren en verkoopen. Indien het kultuurstelsel door het
i verhoopen van domeinen gesloopt wordt, dan wordt het dat
l nog veel meer door ze te verhuren; en zou de schep-
j per van het kultuurstelsel dit dan hebben aangeprezen?
f Neen! hij beschouwde het brengen van den landbouw in han-
den van partikuliere industrie als de verdere ontwikkeling,
` als het einddoel van zijn stelsel. De minister, die dit an-
; ders begrijpt, zal derhalve aan de volksvertegenwoordiging
E wel de bewijzen leveren, dat inderdaad de meerdere voor-
{ deelen, die hij belooft, moeten opgeoferd, dat het gesttchte i
j weder gesloopt moet worden, zoo men landerijen op Java
ä tot een bedrag van f 25,000,000 verkoopt.
c
rl
j gft
ll l
E z
-­­-soa:-­­­ 1
i à
; n
2 L
)5 i
l I
j E
J