HomeBedenkingen tegen de mededeeling van den Minister van Koloniën aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, omtrent den verkoop van Pagina 21

JPEG (Deze pagina), 854.27 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 50.79 MB

I
j Y l
E 15
ii tot het genoemde bedrag, zijne beginselen op Java niet ten
uitvoer kunnen gelegd worden. Een zweem van bewijs schijnt
_ er te liggen in de woorden, die hij bezigt wanneer hij han-
_ delt over de woeste gronden, maar die eigenlijk bij dit on-
derwerp behoorden. ,, Het houden - zegt hij - eener behoor-
' lijke en onmisbare politie wordt zoodoende aanzienlijk bena-
deeld, ­­- eene goede verdeeling der gouvernements kultures
en andere werkzaamheden, die op de kracht der bevolking,
I in elke gemeente aanwezig, gegrond is, ten eenenmale on-
,i mogelijk gemaakt, en het verkoopen van gronden op Java
is dus eene slooping van het thans bestaande en zoo vele
I voordeelen afwerpende stelsel van kulture." De twee argu-
menten, die hier alzoo worden bijgebragt, om het onbe-
staanbare van het kultuurstelsel met den verkoop van lande-
rijen te bewijzen, zijn gemakkelijk te wederleggen. Ik
verwijs al weder naar Batavia en Buitenzorg en vraag: wordt
door het partikulier landbezit aldaar tegenwoordig het houden
eener behoorlijke politie benadeeld, of is zij niet eveneens
in het belang der landeigenaren , en werken dezen van j
hunne zijde daartoe niet mede? En wat ,, eene goede ver- i
deeling der gouvernements kultures en andere werkzaamhe-
den" betreft, thans laat zij, volgens den minister zelven,
zeer veel te wenschen over , maar daaraan heeft het parti-
kulier landbezit toch wel geen schuld. Of is het aan dat
landbezit in Buitenzorg en Batavia toe te schrijven, dat in
Bagelen en Kediri die verdeeling zoo verkeerd is? Of durft j
de minister het toe te schrijven aan het verkoopen van de l
Indramajosche distrikten, dat die gebrekkige verdeeling in i
L Cheribon reeds zulke droevige gevolgen heeft na zich ge-
sleept? Inderdaad de argumenten hebben geen de minste
kracht van bewijs. - Een zeer klein gedeelte van Java heeft i
reeds eene waarde van f 25,000,000 Ik zal de Voorzie-
nigheid danken, wanneer de minister zijne weldadige voor-
nemens in alle overige residentiën ten spoedigste ten uitvoer
legt, niet hoofdzakelijk om de daarvan te verwachten voor- Q
] deelen , maar vóór alles omdat het lot der J avanen daardoor ‘:
' verzacht en verligt zal worden. En mogt de uitkomst leeren , i
dat de minister, ook wat de groote geldelijke voordeelen be- `i
ë treft, die daarvan te wachten zijn, zich niet heeft vergist,
l F
j e