HomeBedenkingen tegen de mededeeling van den Minister van Koloniën aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, omtrent den verkoop van Pagina 20

JPEG (Deze pagina), 819.76 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 50.79 MB

ik ’
l
14 Q;
Opbrengst der verpachtingen , van het zout- * J
monopolie enz., jaarlijks .... . . . . .... . ..... . . f
Overige inkomsten , jaarlijks.. . . . . . .... . . . . ­ -
De eerste post zou eenig denkbeeld kunnen geven van ·
hetgeen een met Buitenzorg gelijk staande gedeelte van l
Java bij verkoop in eens aan het Gouvernement zou op-
brengen, en de overige posten zouden aanwijzen, welke
inkomsten het rijk van zulk een verkocht domein op den
cluur zou houden. WVij zijn er van overtuigd, dat de groot- Q
heid dezer sommen, en met meer grond, eveneens oogver­ *
blindend zijn. En wij maken dan nog niet eens opmerk-
zaam op de indirekte voordeelen, zoo als van in- en uitgaande J
regten der produkten enz., die almede in de schatkist zouden
vloeijen.
Dat de produktie dezer verkochte landen in weinig jaren
aanzienlijk zal klimmen , daarvoor levert de geschiedenis der
reeds verkochte landen almede het bewijs. De minister heeft
eene berekening gemaakt van de meerdere produktie, die
zijne beginselen aan Java zullen geven, maar die bere-
kening steunt op geen basis. Wij willen voor onze stel-
ling tot basis aannemen de vermeerderde produktie, die de
partikuliere landen gedurende de laatste jaren reeds bebben
opgeleverd, door de industrie der eigenaren, door het graven
van waterleidingen enz. Zoo de minister daarvan eene tabel
wil leveren, zal men er verbaasd over staan, en op dezen
grond durven Wij met meer regt de stelling bouwen, dat
die gedeelten van Java, welke door verkoop in handen van
partikulieren vallen, spoedig onberekenbaar veel meer zullen .
produceren, dan tegenwoordig. Die meerdere produktie zal J
dan in ’t belang zijn van de J avanen, in ’tbelang van den
landeigenaar, maar ook in ’t belang van de schatkist, door
de indirekte voordeclen, die deze meerdere produktie afwerpt.
Nog eene aanmerking op deze berekening van den minister.
Hij stelt het voor , alsof door het verkoopen van landerijen op
Java tot een bedrag van f 25,000,000, de voordeelen die j
het kultuurstelsel , volgens zijne inzigten hervormd , misschien i
zal opbrengen, zullen moeten worden opgezjtercl. Ik zie de I
juistheid dezer gevolgtrekking volstrekt niet in; en de minis- i
ter is het bewijs schuldig gebleven, dat, bij een’ verkoop
li