HomeBedenkingen tegen de mededeeling van den Minister van Koloniën aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, omtrent den verkoop van Pagina 18

JPEG (Deze pagina), 854.06 KB

TIFF (Deze pagina), 6.91 MB

PDF (Volledig document), 50.79 MB

I
l
j 12
l leiding gevende, verpachte middelen zal kunnen afschaü`en."
De minister is van de noodzakelijkheid van deze en meer
andere verbeteringen zoodanig overtuigd, dat, volgens hem,
anders het gestichte, hoe schoon ook, te eeniger tijd nood-
wendig moet ineenstorten. Inderdaad, wij verheugen ons
in deze verklaring, want zij brengt ons eene aanzienlijke
schrede verder op de baan van hervormingen voor Java.
Dat de vorige minister die grondslagen van verbeteringen
niet gelegd heeft, tracht de tegenwoordige te vergoêlijken,
door te zeggen: ,, daartoe was in den aanvang geen tijd- +`
ruimte voorhanden "; maar eigenlijk is het hieraan toe te
schrijven, dat de ex­minister het bestaande, zoo als. het
was, voor goed hield, gelijk al zijne aanhangers hem na-
zeiden (*). Thans erkent de regering zelve de onvermijdelijke
noodzakelijkheid dier hervormingen en kunnen wij dus in
ieder geval, hoe het ook met het voorstel tot verkoop van
landerijen moge afloopen, op eene betere toekomst hopen.
Maar even zeer als deze beginselen van den minister op
zich zelve beschouwd moeten geroemd worden, even on-
juist en onzeker zijn de gevolgtrekkingen, die hij er voor ‘
de toekomst uit afleidt , even gewaagd de berekeningen van
de meerdere ooordeelen , die , door het in werking brengen
dier beginselen , voor het moederland zouden verkregen
worden. Door welke gronden bewijst hij zijne stelling,
dat, als die verbeteringen worden ingevoerd, ,, de Ja-
vaansche bevolking in vervolg van tijd stellig 800,000
bouws van 500 vierkante roeden elk meer onder kul-
tuur zal brengen, dan thans het geval is?" neemt Y
dit aan als eene bewezen zaak ; het is niets anders dan eene '
petitie principii. Al de berekeningen derhalve, die hij
daarop fundeert, rusten op geenen grondslag, en het cijfer
(*) Toen vroeger het denkbeeld geopperd werd, om landerijen op Java
te verkoopen, kwamen de bestrijders daarvan te berde met het argument,
17 dat de regenten en inlandsche hoofden, bij den hier bedoelden verkoop
van landen aan Europeanen, met den luister die hen thans omgeeft, het
gezag zouden verliezen, waardoor wij op Java, met eene betrekkelijk zeer
geringe materiële magt, het gebied voeren en ons gezag handhaven." Thans
verklaart de minister zelf, dat de Javaansche bevolking aan het willekeurig
gezag harer hoofden moet onttrokken worden. Wat dus vroeger als een
3.I`glll'I1€HlZ têgëll dBll VCl’kOOP WCl'(.l 33IlQCll3.3.ld, moet €l` HH UOOT plBllZ€Il,
]'i