HomeBedenkingen tegen de mededeeling van den Minister van Koloniën aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, omtrent den verkoop van Pagina 13

JPEG (Deze pagina), 803.77 KB

TIFF (Deze pagina), 6.88 MB

PDF (Volledig document), 50.79 MB

7
in aanmerking komen bij eene vergelijking van hetgeen J ava
produceerde in 1824 en 1847, omdat die residentiën in 1824
ons nog niet behoorden. Ook het koflijprodukt der Prean­
genregentschappen moet eigenlijk buiten de vergelijking
blijven, want in die residentie is het stelsel van VAN DEN
BOSCH niet ingevoerd en wordt het toenemen der pro-
duktie van koflij aldaar geheel ten onregte door den minister
aan dat stelsel toegeschreven. Eene aanzienlijke verminde-
ring wordt daardoor gebragt in het cijfer van den uitvoer
A, der_produkten in 1847, als een gevolg van het lzuláuwsztelsel.
Wij kunnen ook nu weder slechts een paar residentiën over
1846 beschouwen en dat alleen wat de indigo betreft , maar
dit is genoeg om de belangrijkheid der vergissing van den
minister te doen zien.
Banjoemas bragt in 1846 aan indigo op... . 307,564 pond
lV[adi0en.. .. .. . . .. . ..... .. . ...... . ..... 82,993 ,,
alleen deze beide residenties verminderen dus
het cijfer van den minister met. . . . . . . . . . . . 390,557 ,,
Maar er is nog eene groote fout in den vergelijkingsstaat, l
dien de minister mededeelt. Daarop komt niet voor, of die
uitvoer van hoofdprodukten alleen betrekking heeft op de
gouvernementsprodukten of ook op die der partikuliere lan-
? den; in het laatste geval zouden ook de produkten der par- j
tikuliere landen daarop ten onregte gebragt zijn; bij eene
` aanprijzing van het kultuurstelsel moeten deze toch buiten ;
j sprake blijven, want ze zijn niet het resultaat van dat stelsel J
I maar van partikuliere industrie. Zoo wordt door den minis- ­
` ter als uitvoer van rijst in 1847 opgegeven 500,000 pikols;
is daar ook de produktie der partikuliere landen onder be- j
grepen, dan zijn ze ongetwijfeld grootendeels alleen van 4
dezen afkomstig, en moeten ze dus bijna geheel wegvallen.
Eigenlijk bewijst de geheele vergelijkingsstaat, dien de
minister aanbiedt , volstrekt niet wat hij zou moeten bewij-
zen. De minister wil er door aantoonen , dat het kultuur-
stelsel voor den lande veel meer voordeelen afwerpt, dan ‘
(’*) Er zijn wel nieuwe kultures ingevoerd, zoo als die van indigo, thee
BHZ., [DSR? op GCUC 3UdCI`C wijze, CH OVCT ’t· ülgCII1€GIl mêt gïlêïl V0Ol'd€GllQ`¢
resultaten.