HomeBedenkingen tegen de mededeeling van den Minister van Koloniën aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, omtrent den verkoop van Pagina 11

JPEG (Deze pagina), 879.62 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 50.79 MB

r 5
e ling, om de stijging der landrenten van 5,100,000 tot
10,200,000 en der verpachte middelen van 7,200,000 tot
12,300,000 alleen aan het tegenwoordig kultuurstelsel toe te
j schrijven. ’t Is ongeveer hetzelfde alsof men bewijzen wilde,
A dat Nederland tegenwoordig zoo veel belastingen niet be-
taalt als vroeger, en daartoe een staat gaf van de belastin-
gen die in 1824 door de natie zijn opgebragt, vergeleken
met die van 1847, zonder daarbij te doen opmerken, dat
l het rijk in 1847 door den afval van België meer dan de
8 helft kleiner is dan het in 1824 was. Of herinnert zich de
minister niet , dat eerst na het dempen der onlusten in 1830,
de residentiën Banjoemas en Bagelen , Madioen en Kediri aan
het gouvernement zijn afgestaan , en dat de landrenten , die de
twee eerstgenoemde residentiën opbrengen en zeer aanzienlijke
sommen bedragen , toen eerst door het gouvernement zijn
genoten, en derhalve niet op den vergelijkingsstaat van 1847
moeten gebragt worden? Herinnert hij zich niet , dat
eerst in het kontrakt, gesloten den 26 Maart 1831, door
de kommissarissen ter regeling der zaken in de vorstenlan­
den en de voogden van den sulthan van Djokjokarta, het
regt op de bazars , warongs en vogelnestklippen tegen eene
schadeloosstelling in geld van f 255,000 ’s jaars aan het
ä gouvernement is afgestaan , en die afstand eveneens door den
soesoehoenan van Soerakarta heeft plaats gehad? De op- y
brengsten dezer verpachte middelen in de residentiën Soera-
> karta, Djokjokarta , Banjoemas , Bagelen , Madioen en Kediri ,
E mogen alzoo niet op den vergelijkingsstaat van 1847 voorko­
_j men, want ook op dien van 1824 verschijnen ze niet. Zoo
i' zijn daar ook ten onregte op gebragt de sommen, die het
zoutmonopolie in de vier laatstgenoemde residentiën heeft
opgeleverd, want ook dat monopolie dagteekent aldaar eerst ·
van 1831. ­- Wanneer nu al deze posten, die eenige mil-
, lioenen bedragen, gezamenlijk van den staat van 1847 wor-
den afgenomen, dan zal het verschil bij vergelijking met
1824 wel zeer groot, maar niet zóó in het oogloopend wezen.
De minister van koloniën zal ongetwijfeld deze cijfers wel
aan de volksvertegenwoordiging willen opgeven. Hij heeft
(*) In de residentiën Madioen en Kediri zijn de landrenten nog niet in-
gevoerd, maar is de bevolking daarvoor verpligt koflij , indigo , enz. te planten.