HomeOntwerp van een Reglement op de drukwerken in Ned. Indië, met de daarbij behoorende Nota tot toelichting [door Henricus Nijgh]Pagina 49

JPEG (Deze pagina), 706.77 KB

TIFF (Deze pagina), 6.82 MB

PDF (Volledig document), 30.65 MB

@7
De overige bepalingen, zijn wat hare algemeene
strekking betreft, reeds vroeger toegelicht en schij-
nen met het oog op den bijzonderen toestand van N. I.
en op de noodzakelijkheid o1n daar, door alle gepaste
middelen voor handhaving van orde en rust te waken,
niet wel te kunnen worden gemist.
· ART. 30 Watt dit art. betreft, wenseht men alleen te
herinneren, dat daarbij gevolgd is art. ll der wet van
29 Jnnij 1854 (Staatsblad n°. 102) houdende eenige
veranderingen der straffen op misdrijven gesteld.
ART. 31. Men heeft gemeend ophet voetspoor van art.
129 n°. 2, van het Ind. Regl. op de Regt. Organ. aan de
Raden van Justitie te moeten opdragen, onafhankelijk
‘·_‘ van den landaard der beklaagden, de beregting van alle
overtredingen, bij dit Reglement strafbaar gesteld,
wier kennisneming anders zonde behooren tot de Inl.
regtbanken. Tot dat besluit heeft geleid de overwe-
ging, dat de evengenoemde regtbanken minder geschikt
zijn, om over strafzaken van den hier bedoelden aard
te oordeelen, en dat daardoor, ook voor zooverre de
I vonnissen, in die zaken gewezen, aan appel, hetgeen
met de meesten het geval is, of aan cassatie onderworpen
VI zijn, eene meer eenvormige jurisprudentie zal worden
verkregen. Overigens is van de stelling uitgegaan,
i dat even als bij ontdekking op heeterdaad, zoo ook hier
J zich gevallen kunnen voordoen dat inbeslagneming
A is verleend. De voorlaatste zinsnede van dit art. is
pi een onmisbaar corollarinm van de strafbepalingen,
ä vervat in art. 27 van dit Regl. Immers de inbeslag-
neming moet bekend zijn, zullen in billijkheid straf-
in bepalingen, als die van art. 27 kunnen worden toege- '
[ past, terwijl de laatste zinsnede noodzakelijk gemaakt
wordt, door de art. 6~l· en G5 van het Ind. 1{egl, op



3«a5y»~-«" E I