HomeOntwerp van een Reglement op de drukwerken in Ned. Indië, met de daarbij behoorende Nota tot toelichting [door Henricus Nijgh]Pagina 48

JPEG (Deze pagina), 698.66 KB

TIFF (Deze pagina), 6.82 MB

PDF (Volledig document), 30.65 MB

1 r
is
1822, bevat in art. [L, nevens soortgelijke bepaling
als die der tweede zinsnede van art 21 , dit voorschrift;
,, La présente disposition ne peut pas porter attante
l_ ,,au droit de discussion et de censurc des actes des .'
,, Ministères.”
Maar men weet hoe bij de toepassing der druk-
pers wetten, dat voorschrift in Frankrijk niet veel ’
jj meer dan een ijdele klank is geworden.
Art. 25 is, wat zijne eerste zinsnede betreft, over-
genomen uit art. 2 der wet van 16 Mei 1829, zonder
dat het echter noodig is geacht de daar voorkomende
verwijzing naar de bepalingen van den Code Pénal,
door de overneming dier bepalingen zelve te ver-
vangen. De voorziening tegen de drukpers-delicten
bij dit Reglement, zou daardoor eene te groote uitbrei-
ding hebben verkregen, om de redenen bij den aanhef
der toelichting van deze § ontwikkeld, niet wenschelijk;
ê‘ wat het kenmerk is van smaad, hoon en laster, zoo-
lj wel in dit, als in de andere artikelen, waar die mis-
j drijven worden strafbaar gesteld, zal naar het in Indië
geldende strafregt moeten beoordeeld worden.
De tweede zinsnede is gedeeltelijk ontleend aan
M de wet van 28 September 1816, met toepassing der Q
*, strafbepaling ook op de vertegenwoordigers van vreemde
j Souvereinen bij ons Hof. De laatste zinsnede is in
den geest van art. 4 der wet van 1816, en schijnt ‘j
j geregtvaardigd te worden door het belang, dat de
Q beleedigde Souverein of diplomatieken agent kan j
Ii hebben, bij het achterwege laten der Strafvervolging
j van smaad, hoon of laster jegens den Koning, de le- Z
i den van het Koninklijke huis, den Gouverneur-G·ene­« 1
raal of de openbare gestelde magten gepleegd, geldt 1
f art. ll van het lnd. regl. op de Strafvordering. .;
«¤; s.

"?;‘*""""""";,;;êe N; ’ï"" .,Q_T;ï i_«~‘ ,,,· . * s~~«r¤i;,r.rL:. -~ - iï”#ê=#r"*’ E