HomeOntwerp van een Reglement op de drukwerken in Ned. Indië, met de daarbij behoorende Nota tot toelichting [door Henricus Nijgh]Pagina 47

JPEG (Deze pagina), 692.71 KB

TIFF (Deze pagina), 6.84 MB

PDF (Volledig document), 30.65 MB

wijders der straf, bij de 3“‘° alinea bedreigd, zoowel
met het oog op art. 102 van den Code Pénal, als om
meerdere ruimte van bestraffing, naar gelang van den
aard van het feit, aan den regter te laten.
De beide eerste zinsneden van art. 23 zijn overge-
nomen uit de artt. 1 en 2 der wet van 1 Junij 1830.
ij De derde zinsnede is nieuw. Het hooge standpunt
ä van ’s Konings vertegenwoordiger in N. 1. gedoogt
niet, dat hij, ten opzigte der hierbedoelde misdrijven,
voor zoover die ook jegens andere autoriteiten kun-
nen worden gepleegd, met de autoriteiten worde gelijk
gesteld.
Art. 2~L is ontleend aan art. 3 der wet van 1
Junij 1830 , waaraan echter aan den eenen kant eenige
uitbreiding, aan den anderen kant daarentegen eenige be-
perking aangebragt is, door de weglating van de tweede
zinsnede. Het daarin vervat voorschrift kwam of over-
bodig of gevaarlijk voor. Overbodig, omdat men niet
kan inzien, dat de bepaling van de eerste zinsnede
van art. 24 eenigzins aan de vrijheid van regtsvorde-
ring of verdediging zal kunnen te kort doen. Ge-
vaarlijk, wanneer het de strekking moet hebben, om
bij regtsvordering of verdediging, de aanranding van
de verbindende kracht der wetten en de verder hier
strafbaar gestelde handelingen toe te laten. De twee-
de zinsnede van dit artikel is nieuw. Zij heeft de
vraag doen ontstaan, of daaraan zou moeten worden
verbonden soortgelijke bepaling, als vervat is in
art. 4r der wet van 16 Mei 1820. Men heeft bezwaar
gevonden die vraag bevestigend te beantwoorden. De
kracht van het voorschrift der tweede zinsnede zou
daardoor te zeer verzwakt worden.
Het is waar, ook de Fransche wet van 25 Maart
W ‘~ ..
,>a;«~­-­«v