HomeOntwerp van een Reglement op de drukwerken in Ned. Indië, met de daarbij behoorende Nota tot toelichting [door Henricus Nijgh]Pagina 34

JPEG (Deze pagina), 689.34 KB

TIFF (Deze pagina), 6.82 MB

PDF (Volledig document), 30.65 MB

i l
32;
· à
hare toepasselijkheid verloren hadden en door geen 1
nieuwe waren vervangen geworden; - dat de regerings-
reglementen van 1816-1836 uitgevaardigd, niet van
de drukpers gewagen, en dat, hoezeer die reglementen 9;
l in algemeene bewoordingen aan ieder ingezeten ver-
j gunnen zich het middel van bestaan uit te kiezen,
niet, om de algemeene belangswille, verboden of A
beperkt; ­- dat evenwel, blijkens in en na 1838 gedane
verzoeken en daarop genomene beschikkingen, het
l begrip was blijven bestaan, dat de bepalingen van jj
den vroegcren tijd, hoe verouderd ook en strijdig E
Q; met nieuwere inrigtingen, nog steeds, zoo niet in i
letter , althans in geest en strekking, toepasselijk waren. 2
j Zoo meenden de ingezetenen, dat zij de magtiging, B
j om drukkerijen op te rigten en om dagbladen en tijd-
g schriften uit te geven, van de regering moesten L
i vragen; de regering beschikte op die verzoeken als r
l of hare toestemming inderdaad regtens een vercischte
° ware, en die beschikkingen aan geene stellige voor-
. schriften getoetst knnnende worden, droegen den j
stempel van de inzigten des tijdelijken Landvoogds,
ten aanzien van het al of niet nuttige der openbaarheid. l
l In weerwil van die onzekerheid en van deze wei-
felingen, staat het echter vast, dat niemand, noeh
i Landvoogd, noch ingezetenen, zich de drukpers in N. 1.
nl volkomen vrij heeft gedacht en dat het besef der ge-
varen van eene zoodanige vrijheid vrij algemeen was
verspreid.
Het toezigt der regering, de bevoegdheid om niet
j alleen het kwaad door de drukpers gesticht te bestraffen ,
§ maar het kwaad, dat daardoor kan gesticht worden l
te voorkomen, is bij de eerste zinsnede van art. 110
van het 1{egerings reglement erkend; want hoezeer
1
s dè