HomeEene enkele, door een zee-officier gemaakte opmerking, betrekkelijk de wijze waarop de feiten spreken in de beschrijving van denPagina 4

JPEG (Deze pagina), 713.71 KB

TIFF (Deze pagina), 6.56 MB

PDF (Volledig document), 22.18 MB

C 2
V getuigenis afleggen van hetgeen zij nuttig achten voor de
; eer en het welzijn van Koning en Vaderland; (I) dit
" alles was oorzaak, dat ik er mij zeer in verheugde,
A dat de genoemde belangrijke en langdurige expeditie
,_ beschreven was geworden door zulk een talentvol en
. waarheidlievend schrijver, als waarvoor de Heer v. R.
J bekend staat.
ëi Immers in zulk eene beschrijving zoude ongetwijfeld
de inedegcdeelde verrigtingen naauwkeurig voorgesteld
`D zijn, in haar zoude een ieder overeenkomstig zijne wer-
, ken onpartijdig beoordeeld worden. Die geschiedenis
1 zoude inzonderheid veel leerzaams bevatten, zoowel
voor tijdgenoot als nakomelingschap. Deze waren onge-
veer mijne gedachten voor dat ik. het bedoelde boek
gezien had, en mijne belangstelli11g in l1€lZ€lVG werd
e werkelijk niet verminderd, toen ik het eindelijk in handen
kreeg en in de schoone voorrede las , dat het den Schrijver
’ slechts om waarheid te doen was; ja, dat de sierlijk-
heid van den vorm dikwijls was opgeofferd aan het
streven naar waarheid en naauwkeurigheid. ,
Maar hoe groot was mijne teleurstelling bij het lezen
van het werk van den Heer VAN KEES. Hoe zonderling
Q worden daarin vele verrigtingen der Marine voorgesteld,
t. Met welk eene scherpte worden vele handelingen van
I zee~ollicieren door hem veroordeeld, zonder in het
s minst acht te geven op de ofliciëele mcdedeelingen dier
ollicieren, waarin hü zoude hebben kunnen lezen,
waarom zij zoo en niet anders hebben gehandeld. Hoe
treffend en schoon zijn de schilderingen van den Heer
VAN [KEES, op die plaatsen, waar hij ons mededee­
Z ling doet van hetgeen er, volgens zijn oordeel, ,
zoude gebeurd zijn, indien enkele zee­oflicieren slechts
Nfl)_]len“vrdeger werk van den Heer van Rans wcrtl meermalen in
de eonranten aangekondigd, met de mededeeling van eene lofspraak
J op dat werk, afkomstig van den Generaal KSNOOI’i