HomeEene enkele, door een zee-officier gemaakte opmerking, betrekkelijk de wijze waarop de feiten spreken in de beschrijving van denPagina 29

JPEG (Deze pagina), 597.04 KB

TIFF (Deze pagina), 6.56 MB

PDF (Volledig document), 22.18 MB

27
Nïoggï Aan boord Z. M. stoomschip Celebes ,
l Mwrabaham, 18 Julij 1859.
.l
Aan
den Kapitein­Luitenunt ter zee, enz.
Als enz. ‘
Te Marabaham ontving ik de tijding van Poeloe
Petak, dat alle hoop om den Pembukkel te doen vatten
verdwenen was, en er berigt was gekomen dat de vijan-
den te Pomiek Katieznpong bezig waren versterkte
vlotten te bouwen, om daarmede een aanval op Pocloe
Petak te doen. De Heer CLIFFOHD schreef mij tevens
dat zij weder verpligt waren geweest twee keeren stoom
· op te maken om de Tjipannas drijvende te houden.
Toen het bij dat alles bleek dat men van Banjer
niet voldaan had aan de vraag te Poeloe Petak om
levensmiddelen, begreep ik dat het noodzakelijk was
er met de Celebes eens een bezoek te gaan brengen,
ten einde in ieder geval hongersnood of gebrek te
. voorkomen.
Te Paeloe Petak komende, vernam ik dat het met
den nog voorhanden voorraad levensmiddelen treurig
gesteld was, en zij door den regen niet in staat waren
geweest, zooveel paddie te doen snijden , droogen enz.,
als er dagelijks tot voeding noodig was. Ik heb daarop
de geheele bezetting voor tien dagen van rijst en zout-
vleesch, en van alle andere artikelen voor drie weken
"` doen voorzien, uit den voorraad van Z. M. stoomschip
Celebes, met last om zoo noodig verder rijst aan te