HomeEene enkele, door een zee-officier gemaakte opmerking, betrekkelijk de wijze waarop de feiten spreken in de beschrijving van denPagina 26

JPEG (Deze pagina), 619.16 KB

TIFF (Deze pagina), 6.56 MB

PDF (Volledig document), 22.18 MB

24 .
(Jopie Aan boord Z. M. stoomschip Gele- j
l NO' 227* bes, Mamlaaham, 7 Aug. 1859.
is
Aan
den Bevelhebber vtm Z, M. Zeemagt bij de J
expeditie in de Znider- en Ooster Afdce- _!
ling van Borneo. X?
Omtrent mijne verrigtingen inet Z. M. stoomschip Ce-
lebes, na het verzenden mijner letteren, d. d. 3 Aug., r
N". 223, heb ik de eer U. H. E. G. het hier navolgende pl
te rapporteren. l
Toen bij de berigten van den Luit. ter zee Jhr. J. M. Q
CLIFFORD KOCQ VAN BREUGEL tlê lïljdlllg l<W8lIl, Llälll lI1€[l
van lïancljermasirt de bezetting van Poeloe Pom/c
nog niet van levensmiddelen had voorzien, en de door
ons verstrekte voorraad nagenoeg verbruikt was, besloot
ik weder eens naar die plaats te stoomen, ten einde nl
met een en ander te helpen.
Daar aankomende deelde de gezaghebber mij mede,
dat er nog eene kotta mara te Tzmgoe/aan of te Poeloe
Pehmg/toe was. Ik stoomde daarop den 5'1 Aug. de `
Kapocas op tot Palcmgka, zonder ergens eenig spoor
van eene benting of vijandelijkheid te ontdekken. Terug
komende zond ik den Luit. ter zee 2** klasse W. STEFFENS ·
met de gewapende barkas op verkenning uit, om voor-
eerst tusschen Poeloe Kzmamit en den wal door te j
roeijen. .
Daar het echter reeds 5 uren namiddag was, gaf ik
Z. E. G. last zich krachtdadig te verdedigen indien de L
vijand aanviel, doch geen gevecht te beginnen.
Na een klein half uur kwam genoemde Oiiicier terug,
en bragt de tijding dat de barkas gestuit was op eene
kotta mara, die de geheele ruimte der passage opvulde, l
dat eene groote massa volk op die versterking nieuws- ‘_
gierig de barkas had aangestaard, zonder vijandelijkl1e­
N . l