HomeEene enkele, door een zee-officier gemaakte opmerking, betrekkelijk de wijze waarop de feiten spreken in de beschrijving van denPagina 25

JPEG (Deze pagina), 659.79 KB

TIFF (Deze pagina), 6.56 MB

PDF (Volledig document), 22.18 MB

t
l
23
van genoemd vlot, sterk op ons geschoten werd. Een
goed onderhouden geweervuur uit de gewapende sloep,
waarin ook de 4 minié­schutters van het bataillon ge­
plaatst waren, bragt dit vuur uit het digt geboomte
_ spoedig tot zwijgen.
De plaats, van waar men het laatst op ons geschoten
‘· had, was zoo digt en ondoordringbaar, dat men, dadelijk
na onze eerste schoten, niets meer van den vijand kon
V bespeuren en het ons niet gelukte, ergens een pad of
iets begaanbaars te ontdekken , waar wij konden landen,
of waar de vijand langs gekomen was.
Dewijl het mij daarenboven niet nuttig voorkwam , den
vijand 1net eene geringe magt te vervolgen , en ik niet het
schip overvloedige magt had om mijn doel te berei-
ken, zoo gelastte ik allen weder naar boord te gaan.
Ik liet daarop de Celebes zooveel vooruitstoomen,
dat men met het voorste stuk de wildernis voor de
kotta-inara kon bestrijken, met de lillas op de brug een
schrootvuur over de kotta­mara heen kon onderhouden
, en met het achterste stuk de meer opene plaatsen,
waar vroeger de benting stond, zuiver kon houden.
lk ankerde daarop weder, en liet onder de bescherming van
dat drievoudig vuur , de kotta­mara van den wal halen.
jy Deze keer liep alles rustig af en konden wij niets
meer van den vijand bespeuren. Alzoo was de strijd
j geëindigd, waarbij wij het oorlogsdoel volkomen be-
reikten, dat ik, met het aanvangen daarvan, beoogd
had, namelijk: l1et opsporen en buit maken der door
den vijand gemaakte kotta­maras, vóór dat hij ze nog
gebruikt had.
lk betreur het, dat dit doel niet geheel zonder bloed-
vergieten van eenigen onzer is kunnen bereikt worden.
j De enz.
De Kommandant van genoemd Stoomschip
(was get.) J. A. VANDEVELDE.