HomeEene enkele, door een zee-officier gemaakte opmerking, betrekkelijk de wijze waarop de feiten spreken in de beschrijving van denPagina 24

JPEG (Deze pagina), 676.76 KB

TIFF (Deze pagina), 6.56 MB

PDF (Volledig document), 22.18 MB

t
l
22
Eerst na een keer of vier snel achter elkander met
' de geheele batterij met kartetsen gevuurd te hebben ,
hield het vijandelijk vuur op. Ik liet daarop vlak bij j
de benting het werp vallen, zond den Luit. ter zee
W. STEFFENS met de barkas naar den wal, om de stuk- ·
ken, enz., uit de versterking te halen, de borstwerin­
gen omver te halen en te verbranden, echter met het lj
stellig verbod niet verder te gaan dan de benting, en
den vijand met de geringe magt, die hij mede kreeg,
(25 geweerdragende mannen), niet te vervolgen op
een moeijelijk en ons geheel onbekend terrein. De Luit.
ter zee CLIFFOHD voegde zich later daar nog bij met
vier geweerdragende mannen der Tjipannas. Een half
uur later, circa ten llà ure, kwam de Luit ter zee
W. STEFFENS aan boord terug, medebrengende twee
bronzen stukjes, {1) eene piek, een ketting, kogels,
kruid en eenige andere zaken en rapporteerde mij,
dat de benting door hem ledig gevonden was en
daarop omgehaald en verbrand.
Hij vermoedde evenwel, dat de vijand niet ver weg «i
was, maar zich ophield in een huis aan den anderen
kant der Songie, hetwelk men in de benting kon zien ,
dat hij zeer gaarne verder zou. zijn gegaan, indien mijne
stellige bevelen hem daarvan niet terug hadden ge- l
houden. Na den buit uit de sloepen te hebben doen
halen, besloot ik zelf eens mede te gaan, om het
terrein op te nemen, doch zond te gelijker tijd eene
sloep, om de kotta­mara, waarin niemand gevonden
was , van den wal los te maken en midden in de rivier
te brengen. Ten einde zelf te zien hoe zulks het best
zoude kunnen geschieden, liet ik eerst de gewapende
sloep, waarin ik stond, vóór de kotta-mara omroeijen,
toen er eensklaps uit de booxnen, aan de andere zijde j
M j“l_)_F1gf_bï2g_later dat de vijand nog een ijzeren 4 ponder in de
Songie had geworpen.