HomeBeschouwingen over de belangen onzer nationale nijverheidPagina 40

JPEG (Deze pagina), 622.99 KB

TIFF (Deze pagina), 6.24 MB

PDF (Volledig document), 27.35 MB

38
daaraan geen gevolg gegeven is, - ons de zaak te moeten
aantrekken , en hadden velen dit met ons gedaan ,
dan zon men er waarschijnlijk nog gekomen zijn. Men
zegge niet: 11 de voorwaarden, het Bestuur zonden wij i
. l
wel anders gewenscht hebben ”, en wat met al meer; E,
o neen, de regte lust bestond er niet; men gevoelde
zich niet opgewekt eenig offer voor de zoogenaamcle
levenskvvestie te brengen. Wij herhalen: zeegenaamcle
levenskwestie; want als eene levenskwestie hebben wij
de zaak nooit beschouwd; eerder hebben wij het als
eene levenskwestie geacht, en doen dit nog, de
uitgedoofde energie van on-ze stadgenooten weder op
te wekken. In ons vorig schrijven hebben wij er op
ewezen dat die ener ie alleen ons hel en kan dat
g : g P >
Amslerelam zelfs nu nog voor ondernemende mannen
niet zoo ongunstig gelegen is , en ten voorbeelde daarbij _
Bremen ter sprake gebragt. Veel, oneindig veel ongun-
stiger dan Amslerclam is Bremen gelegen, en toch is
het tot een trap van groote welvaart, alleen aan zäne
nüvere bevalling le clanlcen, geraakt (1). Veel, zeer
(1) In Aemstels Oudheid, van Dr. P. Scnmxrnmn, 5e deel, blz. 6,
vinden wij omtrent de Amsterdammers in 1564-1576 het volgende:
uDe bewoners van Amsterdam zijn zeer beschaafd; het zijn
verstandelijke en bescheiden mannen , schoon van gedaante en bedrij-
vig van aard. Voortdurend werkeloos in huis te zitten, ,honden zij
voor schandelijk, daarentegen voor hoogst vereerend, verschillende
landen te bezoeken en menschen te leeren kennen."
Wie zal daarin, vraagt de Schrijver, onze tegenwoordige stadge-
l]OOlïCI1 hCl'l(€I'1HCH?