HomeBeschouwingen over de belangen onzer nationale nijverheidPagina 37

JPEG (Deze pagina), 588.52 KB

TIFF (Deze pagina), 6.29 MB

PDF (Volledig document), 27.35 MB

as
ll met kracl1t, voor de eer van het fabriekwezen, tegen
dit voor de fabrieknijverheid zoo vernederend en ont-
moedigend beweren op; het getuigt, 1nen vergeve ons
li de uitdrukking, van de bekrompenheicl , waarmede men
het fabriekwezen beschouwt. Hierboven hebben wij
reeds aangetoond, van welken invloed het op de
»l algemeene welvaart is. Hoe, zou het hier alleen de
kwestie gelden om eenige fabriekanten en arme werklieden
W ter hulp te komen? G1·ool­B7·ilómznië heeft hierin an-
E ders gehandeld. Wij verwijzen daarvoor andermaal naar
onze brochure in 1838 uitgegeven, naar aanleiding van
een bezoek aan dat land van‘ handel en nijverheid ge-
l bragt. Men zal er uit ontwaren, dat wij alles behalve
protectionnistisch zijn. Wij hebben beweerd en bewe-
ren nog, dat handel en industrie geene tegenstrijdige
V belangen hebben.; integendeel, zij hebben bepaald één
belang. Wij hebben beweerd, dat onze. natie, wanneer
zij slechts de noodige energie wilde ontwikkelen, bij
Engeland hierin niet behoeft achter te staan, ja dat
Nederland eigenlijk geene beschermende regten behoeft.
Wij hadden ons gevleid, dat onze aansporing tot ont-
wikkeling van het fabriekwezen meer weêrklank zou
gevonden hebben, dan wij, sedert dat er 25 jaren na ons
schrijven verloopen, zijn , hebben mogen ondervinden. Wij
hebben voor doove ooren gepredikt en nu verbeelden wij
W ons, NA mn onnnnvmnrne, dal er wal anders moet ge-
daan worden om ons doel te bereiken, do nilbrciding
l mn lol (/háráelrzoezcn, dol wg als in een zoor naam/=