HomeBeschouwingen over de belangen onzer nationale nijverheidPagina 13

JPEG (Deze pagina), 577.89 KB

TIFF (Deze pagina), 6.31 MB

PDF (Volledig document), 27.35 MB

verbruiker, moet toonen dat er behoefte aan uitbreiding
van het fabriekwezen bestaat; de theorie is perfect;
maar de praktijk leert ons, dat men dan lang naar die
uitbreiding kan wachten; zoo worden geene onderne-
{ mende mannen, en alzoo ook geene nieuwe onderne-
H mingen geboren. Wat zou er van onze Oost­Indische
à koloniën, wat van het onschatbare Jam geworden zijn,
wanneer niet een VAN DEN Boson, als hoofd van de
Regering, ware opgestaan, die onze blindheid te hulp
j n kwam? Het was reeds zoo ver heen dat men de
koloniën als een lastpost beschouwde, waarvan men
wenschte bevrijd te worden. VAN DEN Bosorr begreep,
en te regt, dat Jawa schatten bevat, als men ze maar
weet te exploiteren; geene kolonie kon beter en met
minder kosten voortbrengen: ziedaar den grond waar-
op hij bouwde. Wat moeite heeft het den grooten man
niet gekost, om de suikerfabriekaadje in te voeren?
Niemand wilde er zich mede inlaten, en alleen door
zekeren dwang heeft hij de eerste fabrieken verkregen.
Het werd toen in het geheel niet als eene gunst
beschouwd, suikerfabriekant te worden. Wat zou er,
herhalen wij, van Jam geworden zijn, indien de Re-
‘i' gering ­­ zoo als zij naar het stelsel van onzen vrijge­ H
j vigen tegenstrijder had moeten doen - zich er niet aan t
j had laten gelegen liggen, om van Jawa te maken wat i
j het geworden is, en dit alles aan het publiek had over-
gelaten? Of, en op welke wijze de Regering moet voort-
gaan haren invloed op de kultuur aldaar uit te oefenen,