HomeDe koffij-veilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij, inzonderheid in betrekking tot MiddelburgPagina 6

JPEG (Deze pagina), 672.25 KB

TIFF (Deze pagina), 6.18 MB

PDF (Volledig document), 18.74 MB

l
jl
e
l
De redenen, die daarvoor worden voorgewend, kunnen den
toets van waarheid en regt niet doorstaan. i
Middelburg heeft regt op en zeer groot belang bij de vei-
lingen aldaar. »
`Wij beginnen met een historisch overzigt der daadzaken, i
om daardoor het onregt dat aan Middelburg is gedaan, te be-
wijzen.
Bij de oprigting der Ned. Handel­Maatschappij is Middel- j
burg, wat den verkoop der aldaar aangevoerde producten be-
treft, inet Amsterdam en Rotterdam gelijk gesteld. Jaarlijks
waren er twee veilingen van Koffij, waarbij dan tevens werd i
gevoegd de aanwezige voorraad Suiker. Toen lag het doel der t
oprigting van de Handel-Maatschappij, zoo als dat duidelijk
te lezen staat in het Koninklijk Besluit van 29 Maart 1824, T
nog versch in het geheugen; de Statuten van de Maatschappij I
waren toen nog geene doode letter, maar iedere stad werd ge- ii
handhaatd in het bezit der voorregten aan haar toegekend. V
Tien jaren ongeveer heeft dat geduurd. In het droevige i
tijdvak echter van 1830 tot 1839, toen de schatkist was uit- j
geput, onze schepen onder embargo lagen en dus de aanvoe-
ren uit de Oost­1ndiën ongeregeld of in het geheel niet plaats
hadden, is veel, wat onwankelbaar scheen, veranderd. Het i
was in dat tijdvak (zoo wij ons niet bedriegen in 1834) dat j
voor het eerst de Suiker, die te Middelburg was aangevoerd,
op een vroeger tijdstip dan gewoonlijk en te gelijk met de j
Suiker in Holland aangevoerd, werd verkocht. De nood der l
schatkist duldde geen uitstel. Eenmaal echter dit antecedent j
aanwezig zijnde, heeft men 1) geene zwarigheid gemaakt dien i"
maatregel te herhalen. De Suikerveilingen hadden langs zoo
meer ongeregeld en van vaak onbeduidende kwantiteiten plaats,
totdat zij in 1844 geheel ophielden. Een nieuw stelsel van
lj Wij durven niet beslissen of de maatregel van de Handel-Maatschappij i
of van de Regering uitging, waar wij ons dus van het pers. voornw. mm be--
dienen, meenen wij daarmede- een van beiden of beide.
l
E