HomeDe koffij-veilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij, inzonderheid in betrekking tot MiddelburgPagina 19

JPEG (Deze pagina), 683.61 KB

TIFF (Deze pagina), 6.11 MB

PDF (Volledig document), 18.74 MB

19

[ er eene stelselmatige tegenwerking bestaat, tegen alles wat
Zeeland en Middelburg zou kunnen opheffen, maar waar wij
voor die overmagt moeten bukken, doen wij het toch niet
zonder de stem der regtvaardigheid nog eens, al ware het ook
voor de laatste maal, te doen hooren.
Docl1 dit is de eenige reden niet waarom wij op het behoud
ä der veilingen aandringen. Wij komen nogmaals terug op art.
69 der nieuwe Statuten. Daarbij wordt aan Middelburg {T
der aanvoeren gegeven, opdat aan die stad, als öelmzy heb­
bende bij handel en scheepvaart, de zelceráeiel zou worden ver-
schaft van een geëvenredigd genot der 2200wZeeZe2z, die de Maat-
schappij afwerpt. VVat is nu dat öelmzg, wat zijn die z:001·rZee­
Zen? Betrekkelijk weinig zomler - alles mcá veilingen. Zonder
veilingen wordt Middelburg niets dan een groot pakhuis voor
Amsterdam of Rotterdam. De opslag en aflevering der goe-
deren moge eenige gelden onder de arbeidende volksklasse
verspreiden en daardoor medewerken tot stuiting van een’ al te
snellen voortgang van het pauperisme, maar dat is ook alles;
dat kunnen die voordeelen niet zijn, bij de Statuten bedoeld.
Een’ geheel anderen indruk ontvangt men, wanneer men
aandachtig de praemissen van het Koninklijk Besluit van 29
Maart 1824 leest. Het zij ons vergund nogmaals tot die
hoogstmerkwaardige oirkonde terug te keeren. Daar wordt
gesproken van handel, scheepsbouw en reederijen in het al-
gemeen en geen zweem van uitsluiting of begunstiging van
de eene stad boven de andere wordt er in gevonden. Verder
blijkt het vrij duidelijk, dat het doel der oprigting van de
l·Iandel­Maatschappij is geweest om, door het daarstellen ee11er
vereeniging van toereikend vermogen en gemeenschappelijken
arbeid, aan den kwijnenden handel, die door de versnipperde
krachten der bijzondere handelaren niet kon levendig gehou-
den worden, een nieuw leven aan te brengen. Bij de Statu-
ten is men aan dit beginsel getrouw gebleven. Wel heeft
men de steden naar eenen destijds billijk bevonden maatstaf
gerangschikt en aan de eene een grooter aandeel gegeven