HomeDe koffij-veilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij, inzonderheid in betrekking tot MiddelburgPagina 18

JPEG (Deze pagina), 692.36 KB

TIFF (Deze pagina), 6.11 MB

PDF (Volledig document), 18.74 MB

18

van regt, ­- men doe het! maar men spreke het da11 open- [
lijk en ruiterlijk uit: ,,Wij doen Middelburg onregt, omdat
,, ons dat alzoo behaagt," maar men trachte 11iet aan het on-
regt een glimp van regt te geven, door zich te verschuilen
i achter niets beteekenende argumenten, die geen gezond men-
schenverstand voor goede munt kan aannemen.
Maar - zal de lezer vragen ­- waarom ijvert Middelburg (
zoo vurig en vinnig voor zijne veilingen. Heeft Middelburg T
dan inderdaad bij de veilingen zoo groot belang? Deze vraag
verdient eene opzettelijke beantwoording.
Wij zouden gewis een al te zwak argument voor het be-
houd der veilingen aanvoeren, indien wij ons alleen op ante-
cedenten beriepen, indien wij, onverschillig of de veiling
i te Middelburg een wegó of eene gzmsá is, meenden dat zij ons
niet kan of mag ontnomen worden, omrlaá wij in het bezit
er van geweest zijn. En toch hechten wij aan dat argument
waarde met het oog op Middelburg, welke stad niets meer
missen kan. 1Vanneer te Amsterdam of te Rotterdam tien
veilingen, hetzij van Kotfij, Thee, Rijst, Krenten, Tabak of
wat ook, minder plaats hebben, niemand zal het opmerken,
ongeschokt blijft de handel, even groot en magtig de ste-
den. Maar aan Middelburg heeft men van hare veilingen het
grootste gedeelte willekeurig ontnomen (volstrekt niet om-
dat er noodzakelijkheid voor bestond), en tot in 1857 had zij
slechts ééne Koftijveiling over. Die is haar in 1858 ook ont-
nomen, en zoo is Middelburg ten tweedenmale aan een stel-
sel opgeofierd. 1Vij kunnen, noch mogen het lijdelijk aan-
zien. 1Vij moeten met al de kracht, met al het ijvervuur dat
in ons is, daartegen spreken, en trachten voor te komen, dat
wij niet naast Zeclazzds ver·1zccZe1·i7z_q 1 moeten schrijven Middel-
bmlqs omlcxymrg. WVel hebben wij de droevige ondervinding
dat men zich te ’s llage daarover weinig bekommert, en dat
*) Open brief aan de Zecuwsche Al`gevnardigdcn der Staten»Gcnc1‘aal,
betrekkelijk den Zeeuwsch-Linibnrgschen Spoorweg.