HomeEen woord over de Indische suikercrisisPagina 7

JPEG (Deze pagina), 673.38 KB

TIFF (Deze pagina), 7.25 MB

PDF (Volledig document), 23.19 MB

i F
5 J
E ,
l nl
I 4
l 2
k l
F l
l
g l
l De belofte, die de Minister van Koloniën den 25 g
j Augustus in de Eerste Kamer heeft afgelegd en die
j een bevestiging inhoudt van hetgeen hij weinige
l dagen te voren in de Tweede Kamer, in antwoord
T aan den Heer Gildemeester, heeft verklaard, doet Y
l ons hopen, dat eerlang een wetsontwerp zal worden g
ingediend in het belang der Indische suikercultuur. ‘
Heugelijk vooruitzicht! De Minister kan er vast op
rekenen, dat zijn ontwerp, indien het op gezonde g
economische grondslagen rust en doelmatig is, door
allen, die hart hebben voor de welvaart der koloniën, *i
è waarmede de welvaart van Nederland zoo nauw
samenhangt, met ingenomenheid zal worden begroet.
Ik kan den Heer Sprenger van Eyk niet beklagen
, om de zwaarte van de taak, die thans op zijne
schouders rust. Het is schoon, op een der gewich-
i tigste oogenblikken van ]ava’s, dus ook van Neder- 1i
g land’s economische geschiedenis, toegerust met een
, rijke ervaring en in de volle levenskracht, aan de
spits te staan van het koloniaal bestuur. Het is
schoon, in de gelegenheid te zijn diensten te be-
wijzen aan den lande op zulk een tijdstip, onder
_ zulke omstandigheden. Men heeft den Minister ver-
dacht van gemis aan belangstelling in het lot der
suikercultuur op java; maar zou daarvoor grond
; _ kunnen bestaan? Het getal der suikerondernemingen
F .
I