HomeEen woord over de Indische suikercrisisPagina 22

JPEG (Deze pagina), 680.78 KB

TIFF (Deze pagina), 7.24 MB

PDF (Volledig document), 23.19 MB

20
mingen, waar een groot getal picols per bouw wordt
verkregen en de cijns voor gedwongen aanplant niet .
hoog is, moge de last niet zeer zwaar zijn, elders is
hij zonder eenigen twijfel drukkend. Is mijne bereke-
ning juist, volgens welke dit jaar f 2.500.000 aan cijns
wordt betaald, zoo zal dit een middencijler geven
van bijna 70 cents de picol, dat is van ruim 9 per-
cent over het bruto product. Voegt men hierbij het j
uitvoerrecht, zoo komt men op ongeveer IO percent. tl
Gesteld eens, onze boeren moesten IO percent
van de verkoopwaarde hunner runderen, schapen,
boter, kaas, kortom van alles wat zij voortbrengen,
aan extra-belasting betalen, zouden zij ook klagen?
ll. De cijns drukt niet op ondernemin­ ‘
gen, die buiten tusschenkomst van het
bestuur zijn tot stand gekomen. ç
Dit is juist, doch men vergete niet, dat twee j
derden van al de suiker, die op Java, en vier
v ijf den van al de suiker, die er op de Gouverne­
mentslanden wordt verkregen, verkregen wordt door j
contractanten. In 1884 was de geheele oogst 6
millioen picols; daarvan hebbende ondernemers in
de Vorstenlanden en de overige vrije ondernemers i
elk een, de contractanten vier millioen gele-
verd. Behoud der suikercultuur is dus in de eerste _
plaats: behoud van de ondernemingen, die onder
contract staan. Men kan door verlichting van den i
cijns niet allen helpen; toegegeven; doch men dient ,
daarmede toch de meesten, en ziedaar een niet te
versmade voordeel.