HomeEen woord over de Indische suikercrisisPagina 20

JPEG (Deze pagina), 699.65 KB

TIFF (Deze pagina), 7.24 MB

PDF (Volledig document), 23.19 MB

18
niemand u verplicht heeft aan te gaan. Waren de
suikerprijzen tot f 2O de picol gestegen, ik zou u
geen gulden meer hebben opgelegd; nu zij tot f 7.50
zijn gedaald, wil ik u evenmin verlichting schenken.
De cijns is bepaald op een vaste som, en het eigen-
aardige eener vaste som bestaat hierin -·- dat zij
vast is.
Zoo kàn de regeering spreken, zonder twijfel.
` Maar ik wensch te vragen of het verstandig is, dat N
zij zoo spreekt, en of zij, zoo sprekende, niet ter
wille van de letter den waren geest der wet van
1870 miskent2 Ik wensch ook te vragen of het in
overeenstemming zou zijn met de waardigheid eener
regeering, dermate gebruik te maken van het strenge
recht. Wie kon in 1871 zulk een uitbreiding der
beetwortelsuikerproductie voorzien, als sedert dien
tijd heeft plaats gevonden! Men rekent dit jaar op
een suikeroogst in Europa van 2500 millioen kilo-
gram. In 1871 werd nauwelijks de helft verkregen.
Maar, zegt men, de cijns drukt niet zeer zwaar;
niet op alle suikerfabrikanten zonder onderscheid, L
immers niet op de vrije ondernemers; en met den j
aanplant van 1890 eindigt hij van zelf. Dienaan-
gaande is het volgende op te merken. j
I. De druk zou niet zeer zwaar zijn. De l
oogst van 1884 is buitengewoon groot geweest en l
kan dus niet tot maatstaf dienen; wij kiezen dien van l
1885 tot grondslag van berekening,
Ik laat hier een staat volgen, samengesteld uit ge-
gevens, voorkomende in het Koloniaal Verslag over l
a
l